Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Ia mis, de lacht blijft klaar, de maan bomt weer en grinnikt Vol helschen spot, de wachthond blaft, de klepper hinnikt...

XL.

Eerst was Fantasio versteend ter zij geweken,

Hij dacht de Nemesis der romaneske streken

fe aanschouwen, — maar, bij 't licht der opgekomen maan,

Ziet hij mot open arm de «juffer" voor zich staan 1 — Nn denkt hij niets meer, maar hij gilt en snikt en schatert Van zenuwachtigheid, dat 't iu den omtrok klatert 1

XLI.

Do blonde Mary sliep den slaap van zestien jaren.

Zjj droomt, dat zij haar yrind oen bosje bruino haren,

Al stoeiend, yoor haar ring, ontrooft — hij gilt — zo ontwaakt, Zij richt zich overeind — zij luistert — schrikt — zij maakt Zich bang; 't zijn dieven ! hoor! zij vril aan 't schelkoord trekken— Maar neen, voorzichtig, zacht, zij gaat haar moeder wekken.

XLII.

Nu raken eerst in ernst de poppen aan het dansen,

Als heksen op de hei bij zomeravondglansen !

Mijn Saffo on peignoir kijkt alleraakligst zuur,

Mjjn jonkws oog schiet spot en laster, vloek en vuur!

't Is klaar, dat hjj nog aan geen mal figuur gewend waS;

En Tan een trotsch en woest en vreemd temperament was.

XLIII.

En ondertusschen ging daar stil een venster open Op Mary's slaapsalet, en op haar teenen slopen

Twee schimmen langs 't kozijn en zien — on zien — ja wat ? Gjj weet het, Hoordorsl doch ik zeg alleen maar: d&tl Een scène, daar ik haast geen naam voor weet te vinden, Een ridikuul dat ik niet toowensch — aan mijn vrinden.

XLIV.

En op 't geschreeuw kwam ook de tuinman toegeschoten,

Met twee gespierde knechts, tot 't uiterste besloten,

Gewapend met een hark, een zeissen en een schop;

Eén oogenblik nog en — Fantasio krijgt klop!

Gelukkig hij, dat daar geen snaphaan bij de hand was;

'k Geloof waarachtig dat hij anders al van kant was!

XLV.

Nu zinkt hjj op do knie: — »o God ik bon bedrogen I Mjjn Mary, is de bal niet in uw raam gevlogen?" — — »Gedébaueheerde knaap I" bijt hem do moedor toe : »Mademoiselle! et toi, folie dun petit fou!"...

'k Meen, zoo dit laatste woord den jonker niet ontsnapt wa»,

Dat hij dan schriklijk in zijn point d'honneur getrapt was.

Sluiten