Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLV1.

Hij kon niet meer, hij was kapot; de juffer, blazend Van spijt en angst; de vrouw des huizes, dol en razend; 't Waa alles in de war, hier 't hart en daar het hoofd. Het was een drania, maar mot dwaasheén als doorstoofd. Ach, nismand van de akteurs begreop er recht de klucht van: Alleen Marietje had er eventjes de lucht van.

XL VII.

Toch was zij boos en sloeg op d armen knaap twoe oogen, Die hem doorboorden, als twee bliksems uit den Hoogen.

Daar was geen houden aan 't rampzalige figuur!

Hij, vroeger steeds fripon, was dupe sinds een uur |

Hjj vliegt te paard : «Vaarwel, 'k zie nooit mijn Mary weder"» En 't somber treurgordijn valt zwaar en statig nedor.

LAATSTE ZANG.

I.

»En kregen zij elkaêr nog eindlijk en ten leste?"

Blij dnnkt van jd, want die ontknooping is de beste,

En ieder Meisje, dat romans — in proze of maat — Met ijver leest, kijkt eerst, mot de onrust op 't gelaat,

Naar 't laatste pagina; »of zij elkander krijgen" —

Zoo niet, dan had de Auteur voor haar part mogen zwijgen.

li.

En dus, al zou 'k er ook maar onbeschaamd om liegen,

'k Zou, lieve Hoorders, eer u twintigmaal bedriegen,

Dan u te martlen, dan een droeven maagdevloek Te laden op mijn hoofd, bij 't einde van mijn boek:

'k Zag liever, u ter eer, een honderd paren trouwen,

Op 't eind, dan dat ik om een enkel u liet rouwen.

in.

Maar daar is eerst toch heel wat leven voorgevallen. Mademoiselle kreeg, om één bal, al de ballen Of liever pijlen, die de teorste moederzorg En 't mantcdelijkst vernuft ooit in hun koker borg,

Naar 't hoofd I 't was te indecent om heel veel van te prateB, En — met Augustus — zou zij toch 't gezin verlaten.

IV.

Hebt ge ooit er iemand zoo vervaarlijk in zien loopent Of duurder een genot — neen, een verkoudheid — koopen? Geen wonder, do arme had gehuiverd en gezweet, En — trots den warmen nacht — zich toen te dun gekleed. Zij dacht volstrekt niet aan een BhawL, in haar oonfuzie,

En zij verloor haar eer — gezondheid — en illuzie!

Sluiten