Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v.

Des andren daags — maar, om mijn hoorderes te plagen, (Ik houd van plagenI) 'k wil de ontknooping wat vertragen; ]k heb volstrekt geen lust mijn lioven, laatsten zang Zoo af te raff'len, en ga weer mijn ouden gang,

Stil, kalm en deftig en goregeld aan 't vertellen;

'k Zal eerst mijn jonker op zijn dwaze vlucht verzeilen.

VI.

Hij vlood — hij wendde 't hoofd niet meer — hij was gevloden! Pijl-, vleugel-, bliksemsnel, snel als de rit der dooden,

Bij 't aaklig hop-hop-liop in Burger s meesterlied,

Snel als de Pegasus, dien niemand loopen ziet,

Snel als gelieven, die gestoord zijn, door het lover;

Hij maakt de heuv'len glad, hij stuift de vijvers over.

VII.

Maar schoon 't zijn wanhoop wel een beetjo door kon luchten — Ach, hoe hij rendo of vlood, kon hij zich-zelf ontvluchten? 't Is maar een leenspreuk, die van: springen uit jo vel! Hij was, als Manlied, hij zijn eigen Duivel, Hel;

Hjj was wanhopend en verliefder dan te voren,

En in zijn eigen oog bedorven en verloren.

VIII.

'k Heb ook wel eens beproefd mij-zelven, mijn gedachten To ontvlieden; menigmaal in slapelooze nachten,

Of bij oen donkren dag van 't najaar; ik beu meest Een paar uur in de week mij-zelven tot een geest Van kwelling, en hoe meer 'k mij zelf dan wil vergeten, Hoe vaster ik mij-zelf als aan mij-zelven keten !

IX.

Ik zoek vergeefs mijn ziel en zinnen af te leiden,

Den geest (den Booze!) van het lichaam af te scheiden;

Ik zwem, ik wandel, 'k scherm, 'k rij paard en jaag naar rreê, Mijn Demon zwemt en schermt en rijdt en wandelt mee ; 'k Schreef ter verstrooiing ook dit vers, in bange dagen Van zielsneerslachtigheid en donkre woemoedsvlagen.

x.

Denkt, bij den hemel, niet, dat ik die stemming aardig Of intr essant vind, neen! ze is jong en oud onwaardig,

Gelijkheid van natuur, blijmoedigheid van geest Is 't zalig deel van bem, die God — geen menschen vreest. Dwaas, die zioh door zijn vrouw laat diabolizeeren,

Maar dwazer nog, die door zich-zelf zich laat regeeren!

xl.

Dit ondertusschen is een proefje van mijn preeken,

Een snuifje, dat wie 't lust, of niet lust, op mag steken,

Sluiten