Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En niest ge er van, zooveol te beter, arme vrind I Dan komt de kou uit 't hoofd, de wrevel en de wind.

*k Gaf ook mijn jonker tijd om even uit te blazen En op zijn noodlot en zich zeiven uit te razeil.

XII.

't Ging hem als mij, zijn land groeide aan, met de oogenblikken, 't Was alles tandgekners en afgebroken snikken.

Hij zag in 't donker, in do diepte van het woud, Al Gouvernantes, mooi en leelijk, jong en oud.

En 't had mij niemendal verwonderd, als zijn haren Des andren daags vergrijsd of uitgevallen waren.

XIII.

Hij ziet in 't hakhout niets dan monsters, kleine dwergen, Met Amorsboogjes, die liem onophoudhjk tergen;

Hal daar 's nog uitkomst in den vijver, die hem noodt, Met lisplend golfgeruiseh, te rusten in haar schoot Maar hij bedacht zich, wijl het denkbeeld oud en plat waa, En mooglijk ook wel — wijl het water koud en nat was.

XIV.

Och keer, Fantasio! en ga vergifnis smeeken! . ...

Hij buigen 1 neen, veeleer van woede bersten, breken!

Maar ei, hij is verliefd tot over de ooren toe.

Zijn rit wordt minder snel, zijn ros is doodlijk moe, Hij stapvoet — hij bedaart — zal hij de teugels wenden? Hij stijgt van 't paard en zinkt in diepte van ellenden!

xv.

Hij zinkt op 't mos ter neer, dat met zijn zweet bedauwd werd, Daar 't in en om zijn hart al meer en meer benauwd werd; De kies breekt pijnlijk door — ten leste — van 't verstand. Hij strijkt zijn voorhoofd koel, met de effen, kleine hand, De traan der Boete ontwelt zijn oog en, van zijn lippen,

Laat hij — als een Gebed — zijn Mary's naam ontglippen.

XVI.

En »Mary" zucht de wind en raischt het geurig lover, »En «blonde Mary" klinkt de blonde heuvlen over,

En «blonde Mary" lispt het bruino beukenblad,

En de Echo roept dien naam, dien hij heeft liefgehad Sinds lange jaren I — o, Fantasio, keer weder En zoek vergifnis aan dien boezem, jong en teeder!

XVII.

»Keer weer," vermaant hem 't lied der jonge boschkoralen; »Vergifnis," spreekt de glans der koesterende stralon,

Opdagende uit het oost, en 't lelietje van 't dal Mengt ook een zacht akkoord in 't lieflijk toongeschal,

Sluiten