Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij staart, zij speurt, zij' kruipt in 't

(rond;

Zij doet het roofdier vluchten. De kloosterbroeders volgden noó, Maar struikelden en kuchten.

En kust op 's konings breede borst De halfgestremde wonde.

Intusschen haastten zich de boón

Met takken saam to voegen Ten baar, waarop zjj 't vorstenlijk Naar 't klooster henendroegen.

En Edith, als zij 't overschot

Voor 't laatst ten afscheid kuste, Volgde onvermoeid heur Harolds

(baar

Naar Walthams heiige ruste.

Zij zong, al gaande, eon kind zoo (vroom,

De litany der dooden; Dat klonk afgrijslijk door den

(nacht

Zaoht prevelden de boden.

iij zocht den gansclwn, langen dag ;

Reeds kwjjnder ir, nvondstralen, De boden schudden't hangend hoofd En poogden aêm te halen.

Maar plotslings over 't slagveld heen

liarst uit dat vrouwenharte Een gil — — wild schieten raven (op! —

Een kreet van liefdo en smarto.

Daar — in een stapel lijken mocht

Zij 't dierbaar lijk ontdekken! Een gil — — zij zwijgt, zij schreit (niet — maar Zij kust die bleeke trekken.

Naast Harold zijgt zjj neer op 't (veld — — Een üchrikbre liefdesponde: 1851.

(Aaar IIeijie.)

SNEEUWKLOKJES.

(Voorrede van een bundel Poëzie, onder dexen titel verschenen,)

De Lente komt, do Lente komt,

Al sluimren nog de velden.

Ons kwam een bloempjen uit de sneeuw Die zoete maar vermelden.

Sneeuwklokjes, blinkt,

Sneeuwklokjes, klinkt,

Sneeuwklokjes, luidt op den wintersohen akier Lento met duizende bloemekens wakker!

Dees ruiker poëzie ontlook

Met d' eerst'ling onzer velden :

Dat. lieven, ook haar bloemen, u Een schoonen dag voorspelden. I Sneeuwklokjes, blinktI

Sluiten