Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mme DE LA VALLIERE.

O, Gij verdiende een beter deel Dan, in het drama van dit leven, U op haar schitterendst tooneel Een schoone wereld heeft gegeven I Een beter deel, een reiner lot; Al beidden glorie en genot U in haar rijkste tooverdreven; Al schalde een tijdlang van uw lof Europe's glansrijkst koninghof; Het hof van riddren en genieën, i)ie — wijzer nageslacht ten spot — Uw jongen Minnaar, als hun God, Aanbaden met gebogen knieën; Al tuigden van uw zedig schoon Der kunstnaars kunst, der dich(tren toon,

En 't valsch benijdend hofgefluister! 0 zachte maagd en — eedle vrouw, Uw hart vol ootmoed, liefde en (trouw,

(Te goed, te rein voor zulk een (luister)

Uw needrig hart verdiende méér Dan al dien glans van macht en (eer,

Die nooit uw zachtblauw oog behoorde

En slechts uw zielevreê verstoorde; Sfeer dan dien rang, die kroon, (die zwaar

U drukte op 't zilverblonde haar; Moer — dan eens wuften Konings (minne,

Die — zegt een teer historieblad — U, zjjn zachtmoedige vriendinne, Alleen oprecht heeft liefgehad Van al zijn schittrende boelinnen....

Cette petite violette, qni se eachalt eon* 1'herbe.et qni était hontense d'être maitrease, i'êtrB mlre, d'être dnchesse — jamais il n'j »n aura sur oe monle.

Madame de Skvioxé.

Doch straks, in nieuwen roes der (zinnen,

Voor een wier fierheid wou verminnen, U op het brekend harte trad! Helaas! dat ooit uw zachte naam Zich mengde met diens Konings (faam t

Ach,Gij — 't viooltje, liefst verscholen, Verscholen op den rand van 't bosch, Het blonde kopje in't zedig mos — Wat deed u, lieflijke, verdolen Op 't hoog en vorstelijk terras, Daar 't zonlicht u te schittrend (was?

Wat Noodlot deed uw boezem Deren, En 't hoofdje u zinken op de borit, Door smart en weelde voortgedreven, Toen daar, een jonge, schoone (Vorst — Een zon, met koninklijke stralen, Die prachtig oprees aan den trans, Doch spoedig tanen zou van glans, Om straks in nevelen te dalen I Toen Franluijks afgod, lust en (roem

Uw oogen trof, o stille bloem? Wat noodlot roofde uw jeugd haar (vrede,

Uw reine ziel haar eêlsten schat, Verwon, vervoerde u, sleepte u mede, Gelijk de bergstroom 't rozenblad?....

't Was Liefdo, heiige Vrouweliefde, Geboren ter onzaalger uur,

Doch als nooit edeler natuui Of nederiger boezem griefde

Sluiten