Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijkheid ! Kont gij u een George, een Micliel Feith denken, of iets anders dan een Joost van den Vondel? een Hnig de Groot ? ook een Henri van den Vondel ? een Dirk of Joost de Groot ? Neen, Eilderdijk moest Willem, Vondel Joost, de Groot Huig genoemd worden, en Van Alphen Hieronymus. Daar ligt voormij in dien naam iets gemoedelijks, iets iwaars op de hand, iets, hoe zal ik het noemen? iets, „de-naarstigheid-die-kinderdengd-achtigs," dat bijzonder overeenstemt met het individu, beschouwd als vervaardiger van ouwe-mannetjesgedichtjes en van allerlei onaangename, onnatuurlijke Jantjes en Pietjes, kleine Hieronymusjes. Het voorgeslacht vergeve mij .... ik hen terstond bereid toe te geven, dat er wel vier aardige versjes in ■t beroemde bundeltje te vinden zijn, en één enkel dat subliem is van gevoel. Toch is dat laatste eigenlijk geen kinderversje. Maar vele kinderen van inijn kennis en ik vinden die gedichtjes in •t algemeen te wijs en te pedant voor ons en de zedelijke heldjes van die gedichtjes min of meer onuitstaanbaar. Wjj hebben meer sympathie voor Goeverneur en voor een „Hollandsche jongen" Mn Hildebrand. Van zoo een kan iets groeien ! Maar wat moet er worden van zoo'n zoet wysgeertje a la Van Alphen? Arm kind, arme jongen, gij hebt uwen eisch niet gehad! Uw spelen was leeren.

Dit alles neemt niet weg, dat ik Van Alphen bewonder en liefheb op een ander terrein. Laat do kinderen liever zijn Cantate van buiten leeren dan die kindergedichtjes!

Pag 74.

O Vorsten, wat noch goud noch zilver kan betalen, (stralen.

Doe uw verlichte gnnst nw volk ln de oogen

Hier zweefde den anteur zeker het puntig dichtje — op zijn Roemer Visschers — van den edelen Staring voor den geest, dat

Bil.

ik niet laten kan even uit te schrijven:

De ster, op de borst van den braven man MoeBt door de wolk van zijn nederigheid stralen, En wat geen zilver, geen goud mogt betalen. Daar spreekt de gunst des koninga van. Zoo strekt de brave ten baat voor ons allen 1 Maar da ster op den rok van een gek of een guit, Lokt het regterlijk oog van de menigte uit: Dat schande en spot verplettrend op hem vallen!

Waarlijk, geheel de „Sint-Nikolaasavond" echijnt wel niet anders dan een uitvoerige kommentaar van deze geestige regelen.

Zachtheid '5 De avondzon 75

Mocht iemand nieuwsgierig zijn naar, of belang stellen in den oorsprong van dit versje, die leze in „Proza en Poëzy" van Abraham des Amorie van der Hoeven Jr., de „Herinnering,"

door Dr. J. J. van Oosterzee, pag. 7. „Nog heugt mij eene stille namiddagure." enz.

Album 76

Demon 77

Bij het beekje 78

Gezond verstand 78

Boutade 79

Bij een «fantazie" van den kunstschilder J. A. Kruseman . . 79

Liberaal . 80

Levenslied 80

Gemis 81

Errata 81

Vogeltjes, die zoo vroeg zingen,

krijgt de poes 84

Bladvulling ..... t . 84

76

77

78

78

79

79

80 80 81 81

84 84

Sluiten