Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

Voorjaarsliedje . . . . . . 128

Op reis 128

Licht en bruin 130

Neen nimmermeer, zelfs niet 130

Aan de zon 131

Vrienden op 't kerkhof . . . 132 Eerste en laatste reis . , .133

Levensvoorwaarde 134

Uit het dagboek van een gelukkige 134

Het oude huis 136

Morgen bij de duinen . . . 137

Komen en gaan 138

Onder de linde 139

Welgelegen 139

Op een kind in Mei geboren . 139 Nooit van pas . . . . . .140

Liefde . . " i . 140

Verloren sleutel 141

Niet voor de menschen . . . 141 't Was toch de Hovenier . .142

Onvermoeid 142

Rouwbeklag 143

Het haantje van den toren . 144 Schitterende starre .... 151 Twee levensbeelden . . . ,152

Variatie 153

Op de bergen 154

Piëteit en aesthetiek . . .155 De engel bij het graf . . .155

Biblia 156

Neen

Bij Meer-en-Berg 158

Naar de natuur 158

Opwekking 159

Ars longa, vita brevis . . . 159 Kunst en evangelie . . . .159 De schoenlapper van Alexandrië 160

De kundige lezer — geen vreemdeling in de Kerkgeschiedenis — zal oordeelen misschien, dat in dit gedicht

Bis,

de sombere, doch edele figuur van Antonius, „den vader der Monniken,'* (A. 300), ten onrechte in een meer of min belachelijk licht wordt gesteld. Maar wij doen opmerken, dat de bekende kluizenaar hier niet als historisch persoon wordt geschilderd,

maar meer als type is genomen. Wie over den Antonius der historie een schoone bladzijde wil lezen en een billijk oordeel vernemen, zie de „Geschiedenis van het kerkelijke leven der Christenen gedurende de zes eerste eeuwen" door W. Moll, Deel I, pag. 56 volg. Voorts meenen wij dat de toon, waarin hot gedicht is geschreven, van-zelf werd bepaald door het karakter der geestige legende, die door Melanchton, tot leering,

wordt vermeld en naar ons oordeel vol is van den gezonden, Christelijken humor, in zijnnatuuilijkefrischheid vaak ernstiger en diepzinniger, dan zooveel dat bij uitnemendheid voor ernst wordt gesleten en gehouden.

Werken, denken, leeren . .

Werken, denken, leeren . . 164 Kijkje in het leven . . . .165

Benjamin-af 165

Drie paren en een . . . .166 Liedje in den maneschijn . .166

Dat 's de kunst 166

De mailbrief 167

Groot; ook goed ? 178

Zelfverloochening 178

Door zegen geheiligd . . .178

Niet bezorgd 179

Onvergankelijk 179

Ver van huis 180

Uit de kindsheid 181

De Heiden-Apostel .... 182 Leuze voor waarheidzoekenden 183

Verschil 183

Arme visschers 184

Bekentenis 100

Turksche Beeldspraak . . . 191

Sluiten