Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vervolgens zijn de onderzoekingen, vooral over niet-Europeesche volken, niet volledig genoeg om bet laatste woord in deze zaak gesproken te achten. Intusschen, hoe verder dat onderzoek zich uitstrekt, des te zekerder wordt het feit, dat, ofschoon het gemiddelde eenig verschil aanbiedt, toch de uitersten (naar beide zijden) overal voorkomen.

Zoo vond o. a. R. Virchow als maximum voor schedels uit N.-Brittannië 2010 k. c.M., en als minimum 870 k. c.M.; hierbij vertoont zich ook altijd het feit, wat voor Europa sinds lang bewezen is: „Zwischen diese Extreme stelt sich „ dann eine vollkommen abgestufte Reihe von Zwischen„gliedern, welche jene mit einander verbinden." (Ranke n, 254).

d. Dezelfde uitkomst geeft de zoogenaamde schedel-index waarop geheel of ten deele bijna iedere rasverdeeling is gebouwd.

Ziehier een opgaaf in procenten volgens Ranke , II, 226:

Aantal schedels.

NATIONALITEIT.

Dolicboc. 70—74.9

M esoc. 75—79.9 Brachyc. 80 en meer

pCt. pCt. pCt.

607 Moderne Duitschers (volgens Kollmann) 16 41 43

„ N.-Duitschers(ViRfHow's Friezen) 18 51 31

100 „ Midden-Duitschers 25 29 46

1000 „ Z.-Duitschers (Beieren) .... 1 16 83

100 Tirolers (van Unterinn bij Bozen) ... 0 10 90

95 Moderne Slaven (volgens Kollmann) . . 3 25 72

Franschen (Parijzenaars volgens Topinard) 14 41 45

„ Auvergners „ „ 5 7 88

112 Moderne Grieken (volgens Stkphanos) . 15 31 54 86 „ bewoners van Lapland (volgens

Hallsten) 0 28 72

88 Moderne bewoners van Finland (volgens 6 30 64

Hallsten) . . . .

Sluiten