Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlakken, van de holoëdrische kristallen afgeleide lichamen aanduidt met den naam halfvla/ckige of hemiëdritche kristalvormen. Het van den oelaeder ais boven aangegeven afgeleide halfvlakkige kristal heet tetraeder (fig. 2) die o a. daarom belangrijk is omdat eenige ertsen (vaalerts) bij voorkeur in dezen vorm kristallizeeren. De tetraeder is tegelijk de kristalvorm, die het minst mogelijk aantal (4) vlakken bezit. Het hallvlakkige lichaam van den kubus afgeleid zou slechts 6/2 = 5 vlakken bezitten wat een natuurlijke onmogelijkheid is. Beproeft men den kubus evenzoo te behandelen als boven met den oelaeder is geschied, zoo kan men zich onmiddellijk overtuigen dat men steeds denzelfden kubus overhoudt, dat dus een halfvlakkig lichaam hiervan niet gevormd kan worden.

Onder de hemiëdrische kristallen die van de overige holoëdrische kunnen afgeleid worden, zullen wij hier niet verder uitweiden. Alleen wordt in fig. 5 nog een teekening gegeven van den penlagoondodecaëder, een hemiëdrische vorm van den in fig. 10 afgebeelden tetrakishexaeder en ook wel pyrieloëder genoemd, omdat pyriet (zwavelkies) dikwijls zulke kristallen vormt. Dit lichaam bestaat uit 12 (duodeca) vlakken, die alle vijfhoeken (pentagonen) zijn.

§ 6. COMBINATIES. Indien de mineralen alleen in zulke enkelvoudige vormen als kubus, octaeder, tetraeder, enz. kristallizeerden, zou de studie der mineralogie, ten minste op dit punt, vrij gemakkelijk zijn. Dit is echter slechts zelden het geval. Beschouwt men b. v. een kristal van vloeispaat, die gewoonlijk in den kubusvorm optreedt, dan ziet men zeer dikwijls de 8 hoeken van den kubus afgestompt op de wijze als fig 4 aangeeft. Beeds het veelvuldige en regelmatige voorkomen der afstomping wijst er op dat dit geen toeval is maar een werkelijk natuurverschijnsel, dat met den aard van het mineraal in nauw verband staat.

Deze vlakjes p, q, r, s behooren blijkbaar niet tot den kubus, want deze heeft slechts 6 vlakken en het nieuwe lichaam 14.

Men snijde nu van een kubus van zeep aan alle hoeken een gelijk groot stuk af, terwijl de overblijvende stukken der ribben dezelfde lengte hebben en kleve op elk der daardoor ontstane 8 vlakjes een stuk papier vast. Na wegknipping van de overtollige gedeelten van het papier ziet men dat een octaeder ontstaan is, die den oorspronkelijken afgestompten kubus insluit. De afstompingsvlakken aan de hoeken van den vloeispaatkubus zijn dus blijkbaar octaedervlakken en men kan zich voorstellen, dat het mineraal bij het kristallizeeren een neiging had zoowel om kubi als om octaeders te vormen en dat zoodoende beide gedaanten, doch elk op zich zelf voor een gedeelte, te voorschijn gekomen zijn.

Sluiten