Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ Si. Ë. Ijzerertsen.

30. ROODIJZERERTS (EN IJZERGLANS).

* Een belangrijk ijzererts. De kristallijne soorten worden ijzerglans genoemd. R. hexagonaal. De kristallen hebben öf den voorheerschenden rhomboëdervorm (fig. 21, 23, 24) of wel zij verschijnen als plaatjes, waarbij het pinakoied een hoofdrol speelt (fig. 47). In het tweede geval ligt meest een aantal dier plaatjes op elkaar en noemt men het mineraal ijzerglimmer (fig. 49).

V. kristalgroepen en -klieren, dikwijls ook fijnkorrelig. Het dichte roodijzererts in schalige aggregaten (roode glaskop) en gewoon dicht of vezelig.

B. schelpachtig of oneffen (83).

H. 5'/»—6 (3—5 bij roedijzererts).

Rl. zwart (donkerrood bij roodijzererts).

St. kersrood, (bloedrood bij roodijzererts (33).

G. sterke metaalglans (bijna dof bij roodijzererts).

De dunne blaadjes van ijzerglimmer zijn niet zelden rood doorschijnend; de dikkere kristallen ondoorzichtig. Enkele soorten werken op de magneetnaald, doch veel zwakker dan magneetijzer.

31. MAGNEETIJZERERTS.

Komt hier en daar in groote hoeveelheid voor en wordt dan voor de ijzerfabrikatie ontgonnen. Overigens is het een constant bijmengsel van een aantal (meest massief-) gesteenten en wordt in goede kristallen in sommige kristallijne schiefers aangetroffen. Met andere ertsen en mineralen is het veelvuldig verspreid in de stroomafzettiugen (magneetijzerzand).

R. regulair.

C. octaeder of kubus; tweelingen naar octaeder.

H. 5'/,—61/,.

G. metaalglans (4?).

Rl. zwart.

St. zwart (4S).

Ondoorzichtig.

sterk magnetisch (4<ï, 43).

33. BRUINIJZERERTS.

Hel meest algemeen voorkomend ijzererts, maar dikwijls verontreinigd.

Sluiten