Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. 2—21/,; de dichte soorten gewoonlijk veel minder zoodat zij meest reeds aan de huid afgeven (35).

G. zwak, meest zijdeglans.

KI. zwart.

St. zwart.

35. POLANIET.

Vergelijk: Pyrolusiet.

V. zelden kristallijn, meest dicht.

H. 6'/2—7 (34).

KI. donkergrauw.

G. zwak, soms bijna dof.

§ 38. Overige nuttige mineralen.

36. DIAMANT.

Wordt gevonden te zamen met gedegen goud en platina, dikwijls met korund (saffier) en andere edelgesteenten en halfedelgesleenten in stroomafzettingen en in Brazilië in een eigenaardig gesteente: itacolumiet genoemd. K. regulair, soms goede octaeders, meest afgeronde bolvormige gedaanten. V. Steeds kristallijn.

8. oclaeder (3®).

B. schelpachtig.

H. 10, het hardste mineraal (3S).

SG. 3,5.

G. Diamantglans, dikwijls mat.

KI. meest licht, soms zwart.

Dikwijls waterhelder en doorzichtig met sterke lichtbreking (39).

39. GRAFIET.

In lagen, hetzij zuiver, hetzij met kwarts en andere stoffen vermengd, tusschen schiefers en kalksteenen der oude formaties.

V. kristallen uiterst zelden, meest in dunne blaadjes oi schubjes. 8. pinakoied, dus evenals glimmer in blaadjes splijtbaar.

SG. 2,2 (33).

H. 1, geeft aan de huid af (33), doch alleen in zuiveren toestand. Buigzaam, vettig bij het aanvoelen.

G. metaalglans.

Sluiten