Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gemeene kwarts, zelden kristallijn, meest dicht of stengelig. Dit is de gewone soort die de ertsen vergezelt.

Rozenkwarts, dicht met licht rozen rood e kleur.

Melkkwarts, wit, dicht, weinig doorschijnend.

Sideriet, blauw.

Pr asem, groen.

Avanturien, geel, rood of bruin. Door schubjes van glimmer of ijzerglans in de kwarts komt de eigenaardige habitus te voorschijn.

Stengelkwarts, wat doorschijnend, stengelig; is dikwijls goudhoudend.

lJzerkiezel, rood of bruin, zoowel kristallijn als dicht, vrij dof. Is soms niet van jaspis te onderscheiden.

Hoornsteen, meest dof in bruine, groene of grauwe donkere kleuren.

Jaspis, dicht, rood en bruin. Men heeft bandjaspis, kogeljaspis, enz.

Calcedoon, in verschillende kleuren en veelal onregelmatige gedaanten; breuk effen of splinterig, ook wel vlakschelpachtig. Men onderscheidt carneool (bloedrood), sardonix (groen) heliotroop (groen met roode vlekken), enz.

Vuursteen meest donkergrauw of zwart, echter ook andere kleuren; bijna altijd dof en met een witte korst bedekt; breuk vlakschelpachtig; gemakkelijk breekbaar tot uiterst scherpkantige stukken.

Agaat, een meestal gestreept mengsel van calcedoon, jaspis, amethist en andere varieteiten; steeds dicht.

Onyx is agaat of calcedoon.

Ch. zie bij 38.

38. OPAAL.

(Waterhoudend kiezelzuur).

Komt lang niet zoo veelvuldig voor als kwarts, waarmede hel overigens in samenstelling bijna overeenkomt; meest in snoertjes en als geode of amandel. Eenige soorten behooren tot de edelgesteenten.

K. nooit kristallijn (31).

V. verschillende vormen.

B. schelpachlig.

H. 5 ,/a—61/,. steeds geringer dan kwarts (3fl).

G. glas- en vetglans.

Doorzichtig tol bijna ondoorzichtig.

Men onderscheidt:

Ilyaliet, druif- en niervormig, kleurloos, doorzichtig en slerk glasglanzend.

MINERALOGIE EK GEOLOGIE. '

Sluiten