Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kiezelsinter, verschillende gedaanten, zeer weinig doorschijnend, weinig glanzend of geheel dof.

Edele opaal, blauwachtig wit, meest in adertjes, glanzend, vrij doorzichtig. 1 uuropaal, rood of geelrood, sterk glanzend, doorzichtig.

Gemeene opaal, verschillende kleuren, weinig glanzend.

Hydrofaan, kleeft sterk aan de tong.

Halfopaal, verschillende kleuren, zwakke glans, weinig doorschijnend, meest in adertjes en dunne lagen.

Cli. Een goed middel ter onderscheiding van kwarts en opaal is het zeer fijne poeder met sterke kaliloog te koken. De opaal wordt daarbij genoegzaam geheel opgelost, terwijl kwarts in het geheel niet wordt aangetast. Zuren hebben noch op kwarts noch op opaal zichtbare inwerking.

3S. KALKSPAAT.

(Koolzure kalk).

Niet alleen een zeer gewone begeleider van ertsen en dan meest in gezelschap van kwarts, vloeispaat, ijzerspaat, zwaarspaat, enz. doch ook (krijt, kalksteen, marmer) en zeer belangrijk gesteentevormend mineraal. Verder dikwijls als opvulling van amandelen in diabaas, melafier, bazalt, enz. Komt hierbij ook kwarts (amethist, calcedoon) of opaal voor, zoo zijn deze meestal eerder gevormd dan de kalkspaat die de binnenste ruimte inneemt (fig. 39): zijn echter zeolieten (31) voorhanden zoo zijn deze meest jonger dan de kalkspaat.

K. hexagonaal.

C. een zeer gewone vorm is de rhomboéder (fig. 21, 23 en 24 § 8), doch komen ook de in fig. 55 en 56 voorgestelde vormen niet zelden voor, benevens andere b. v. prisma met pinakoied.

V. zeer dikwijls kristallijn, doch ook dicht (kalksteen) of korrelig (marmer) ;

ook als druipsteen.

8. rhomboéder.

H. 3 (41); als krijt veel minder.

KI. meest kleurloos, of licht gekleurd.

G gewoonlijk glasglans, op het pinakoiedvlak paarlemoerglans, doch is dit vlak dikwijls mat; op gekromde rhomboëdervlakken vetglans.

Soms doorzichtig, meest alleen doorschijnend.

S G. 2,6—2,8 (43).

Cli. bruist zonder verwarmen met verdund zoutzuur, ook in grootere stukken

Sluiten