Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44°. AP ATI ET.

(Phosphorzure kalk).

Niet zelden in tinertsgangen; ook in korrelige kalk en zelfstandig in lagers. R. hexagonaal; meest de combinatie pyramide met prisma en pinakoied (41) (fig. 45).

V. dikwijls kristallijn, doch ook dicht.

B. schelpachtig of splinterig.

H. 5 (3?) (41).

RL meest groen, blauw en violet, steeds licht; ook kleurloos.

C. glasglans, op de breuk vetglans.

Cli. lost in zoutzuur en salpeterzuur op (35), bruist daarmede niet.

Aanmerking. Hiertoe behoort de phosphoriet, een steeds dicht mineraal, dat wel tot bemesting dient.

45. KORUND.

(Aluminium oxyde).

K. hexagonaal.

C. de kristallen bezitten gewoonlijk prisma en pinakoied en zijn naar de einden toe dikwijls lonvormig door het optreden van pyramiden (fig. 67)

(S 25).

V. gewoonlijk kristallijn, ook wel in afgeronde korrels en aggregaten hiervan. B. schelpachtig en oneffen.

H. 9 (SU).

Hl. verschillend. De blauwe soorten heeten saffier, de roode robijn (deze worden tot de edelgesteenten gerekend. Ook komen bij korrels veel donkere kleuren voor (bruin en blauw) te zamen aan één stuk (b. v. in de diamantgroeven).

€. glasglans.

De kristallen vrij goed doorschijnend of doorzichtig.

Aanmerking. De grauwe amaril of smergel is eveneens korund en om zijn groote hardheid een uitmuntend slijpmateriaal.

46. TITAANIJZERERTS.

Is eigenlijk alleen van belang doordat hel met een aantal ertsen te zamen in de stroomafzettingen optreedt (titaanijzerzand). Het is daarbij een bestanddeel van vele gesteenten (diabaas, melafier). Technische waarde bezit het alleen, waar het in zuiveren toestand, groote hoeveelheid en gunstige ligging voorkomt.

Sluiten