Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

INLEIDING.

Itepaliiig van geologie.

§ SM. Geologie (aardkunde) is de wetenschap die de samenstelling en den bouw onzer aarde tracht op te sporen, en zich levens bezig houdt met de natuur- en scheikundige verschijnselen, welke op en in de aarde plaats hebben.

Indeeliiig «Ier geologie.

I. PETUOGRAFIE OF LEEK DER GESTEENTEN.

§ 52. In de mineralogie hebben wij een ruim 70-tal mineralen leeren kennen, die dus alle een deel uitmaken van onze aarde, en meer in het bijzonder van het buitenste gedeelte hiervan, dat men gewoonlijk de aardkorst noemt. Intusschen zijn er slechts betrekkelijk weinige dezer mineralen, die een zoodanige verbreiding bezitten, dat zij tot de wezenlijke bestanddeelen onzer aardkorst kunnen gerekend worden, in zooverre als zij de gesteenten samenstellen, waaruit deze korst in hoofdzaak is opgebouwd (§ 2 en 3). De kennis dezer gesteenten (petrografie) is dus van liet grootste belang, en onmisbaar voor hem, die geologische onderzoekingen van welken aard ook wil uitvoeren.

II. SCHEIKUNDIGE GEOLOGIE.

$ 53. Dat deze gesteenten niet dezelfde samenstelling hebben, is ons reeds uit de voorbeelden in den aanvang van dit werk gebleken, waar kwartsiet glimmerschiefer en graniet met name zijn aangegeven. Maar daaruit, dat zij uit verschillende mineralen bestaan, volgt weer onmiddellijk, dat ook hun hardheid zeer ongelijk is (§ 14—17) en dat het eene veel meer vatbaar is voor scheikundige inwerkingen dan het andere (§ 29).

Werpt men in een glas waler een kleine hoeveelheid suiker, dan ziel men deze langzamerhand verdwijnen en wel des te spoediger naarmate het

Sluiten