Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenschap der mergels is, dat zij meestal aan de lucht blootgesteld zeer spoedig uiteenvallen. Natuurlijk hangt de gemakkelijkheid waarmede dit geschiedt af van de hoeveelheid klei die in den mergel aanwezig is (vergelijk § 105).

De dolomietmergels en ook de kleirijke kalkmergel geven met koud verdund zoutzuur gewoonlijk geen spoor van opbruising; de kalkrijkere mergels natuurlijk wel.

Overgangen van mergels bestaan in: kalksteen of dolomiet (door het verdwijnen der klei), in schieferklei (door afneming van het kalk- of dolomietgehalte), in kalk- of mergelzandsteen (door bijmenging van kwartskorrels).

Ook in den mergel vindt men niet zelden knollen en onregelmatige stukken van pyriet, benevens andere eigenaardige lichamen die meest ongeveer den vorm van een dubbelgebogen lens hebben, uit een sterk ijzerhoudende vrij harde massa bestaan, en septariên genoemd worden. Verder komt een aantal ertsen (vooral koperertsen) en andere mineralen (o. a. gips) vrij veelvuldig in mergel voor.

Men onderscheidt dichte en schieferige mergels (de laatste gewoonlijk mergelschiefer genoemd). Naar de samenstelling spreekt men van kalk-, dolomiet-, klei-, zand-, gipsmergel, enz.

Vele mergels zijn beroemd als de vindplaatsen van uitmuntend bewaard gebleven fossielen.

5. GIPS EN ANHYDRIET.

§ 7£. Komen gewoonlijk voor als begeleiders van steenzout.

Op het eerste gezicht lijkt het gesteente gips zeer veel op kalksteen vooral daar het eveneens korrelig en dicht voorkomt Door de veel geringere hardheid (1 Va a 2) waardoor het zich reeds met den nagel laat krassen (§ 16, 5') en door het met opbruisen met zoutzuur is het daarvan echter gemakkelijk te onderscheiden. Sommige soorten van gips zijn vezelig, waarbij gewoonlijk de vezels loodrecht staan op de richting der gipslaag.

Als bijmengsel is hoofdzakelijk klei te noemen (kleigips).

Dikwijls zijn bij den gips geen duidelijke lagen waar te nemen, en is het gesteente dikwijls een veranderingsproduct van anhydriet (§ 40 n°. 44), dat eveneens doch zelden in grootere massa's voorkomt.

6. KWARTSIET.

§ ï>i. Een soms eenigszins korrelig, gewoonlijk echter dicht gesteente dat geheel uit kwarts bestaat (§ 59 n°. 37), hier en daar hooge bergen of dikke lagen vormt en meest helder gekleurd is in grauw, groen, bruinachtig en wit.

Sluiten