Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op, nu eens fijn verdeeld en dan aan liet gesteente een groolere hardheid mededeelende, dan weer in den vorm van grootere lensvormige korrels (fig. 7B). Komt ook nog veldspaat voor dan wordt de habitus meer of minder gneissachtig (§ 97). Zie verder onder 41.

41. TALKSCHIEFER.

De kleur is gewoonlijk helderder groen dan van chlorietschiefer, soms zelfs bijna geel. Het is week en zacht en op hel gevoel vettig (§ 4t n°. 56). Kwarts en veldspaat spelen dezelfde rol als bij n°. 40.

Zoowel talk- als chlorietschiefer komen hoofdzakelijk in de oudste formaties voor en zij bevatten dikwijls accessorische mineralen in prachtige kristallen, voornamelijk magneetijzer, straalsteen, toermalijn, granaat, titaniet, epidoot, enz.

B. KLASTISCHE GESTEENTEN.

§ MOi. Volgens § 62 val men onder dezen naam die gesteenten samen, welke gevormd zijn uit mechanische sedimenten. Oorspronkelijk zijn deze in de meeste gevallen eenvoudig bezonken, terwijl zij eerst daarna door een of ander cement tot een vaste massa zijn verbonden. Zoo wordt uit zand een zandsteen, uit grint een conglomeraat, uit vulkanische asch een tuf, uit klei een kleischiefer of schieferklei.

Het is duidelijk dat alle tot hiertoe behandelde gesteenten in staat zijn conglomeraten en breccien (§ 03) te vormen; niet altijd ziju deze echter homogeen d. w. z. dat dikwijls twee of meer gesteenten tot de vorming van het klastische gesteente hebben bijgedragen. Men noemt het dan eenvoudig naar het hoofdgesteente b. v. granielconglomeraat, kwarlsporfierbreccie, bazaltbreccie, enz., of indien de samenstellende gesteenten in bijna even groole verhouding aanwezig zijn geeft men het den naam van beide h. v. breccie van diabaas en graniet.

Slechts enkele weinige, meer algemeen voorkomende, niet homogene (gemengde) klastische gesteenten hebben een afzonderlijken naam ontvangen o. a. grauwacke (§ 108).

Deze gesteenten nemen zooals te verwachten is, voornamelijk in den vorm van kleischiefers en zandsteenen, een hoofdaandeel in de samenstelling onzer aardkorst. In § 63 en 64 is reeds het een en ander over de wijze van ontstaan dezer sedimenten gezegd.

Sluiten