Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soms bleeken zij aan de lucht op, zoodat zij een bleekbruine of witte kleur verkrijgen. De structuur is op het oog volkomen dicht; een zeer algemeen voorkomend accessorisch mineraal is pyriet in kleine kubi of onregelmatige knollen. Tevens komt witte, dichte kwarts in dunne snoertjes en adertjes, of ook in lensvormige gedaanten in vele kleischiefers voor.

Als een kenmerkende eigenschap van vele dezer gesteenten is nog te vermelden dat behalve de gewone ware schiefering, ook een tweede valsche gevonden wordt, die in een geheel andere richting kan loopen, of bij ongeveer gelijke richting een andere helling heeft, zoodat de schiefer in dunne lange pijpjes (griffels) uiteenvalt (griffelschiefers) (zie fig. 89, 90).

De kleischiefers zijn in onverweerden toestand vrij hard, doch laten zich steeds met een mes krassen, waarbij zij een witte streek geven. Het komt echter niet zelden voor, dat hetzij de geheele massa, hetzij sommige lagen verkiezeld zijn, waardoor de genoemde eigenschap verloren gaat en zij, daar dan tevens meest de schiefering minder duidelijk wordt, licht met kiezelschiefers (§ 78) kunnen worden verwisseld.

De zooeven genoemde valsche schiefering is een zeer gewoon verschijnsel in de kleischiefers der oudere formaties; evenwel komt zij (o. a. op Borneo) ook wel in veel jongere vormingen en zelfs nog in het tertiair voor (§ 184).

44. SCHIEFERKLEl.

§ MO,5. Onderscheidt zich eigenlijk in niets van het vorige gesteente dan door meerdere weekheid, door bet gewoonlijk ontbreken der valsche schiefering en door de eigenschap om aan de lucht spoedig uiteen te vallen; gewoonlijk is ook de schiefering niet zoo volkomen als bij de echte kleischiefers. Door een bijmenging van ijzer wordt soms een roode kleur teweeggebracht, die vlekken van violet, groen en geel bevat: dergelijke bonte schieferkleien heet en schieferlelten.

Het gesteente is een zeer constante en kenmerkende begeleider van koollagen, ofschoon het ook op zich zelf voorkomt en dan meest afgewisseld door zandsteenlagen. De plantafdrukken der kolenperiode zijn hoofdzakelijk hierin gevonden.

Dikwijls is het sterk met kool of andere bitumineuze stoffen opgevuld, zoodat het, ofschoon natuurlijk in mindere mate dan zuivere kool, brandbaar is (brandschiefer),

Sluiten