Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de zandsteenen met kleicement wordt dit laatste door de aanhoudende inwerking van water eveneens weggevoerd doch niet zoo snel als hij kalkzandsteenen.

Gewoonlijk zijn de zandsteenen door een aantal vertikale scheuren doorsneden, die natuurlijk een uitmuntende gelegenheid aanbieden voor de erosie. Niet zelden dan ook bezit een zandsteenterrein diepe kloven met nagenoeg loodrechte wanden, waarin de rivieren zich een doortocht banen. Een voorbeeld hiervan is b. v. het Oerabilienkolenveld in de Padangsche Bovenlanden waar zulke wanden tot 300 a 400 M. hoogte bereiken.

Het is duidelijk dat echte kiezelzandsteenen aan de erosie een veel grooteren weerstand kunnen bieden.

§ ii'l. ONTSTAAN VAN LATERIET. In de tropische gewesten treedt soms in groote uitgestrektheid een gesteente op, dat als een verweeringsproduct van verschillende andere gesteenten is te beschouwen: de laleriel. In frisschen toestand is het vast en snijdbaar, bruin, rood, geel en wit gevlekt, zandigkleiachtig. De oppervlakte van den lateriet, aan den regen blootgesteld zijnde, ziet gewoonlijk wat poreus uit doordat de licht gekleurde gedeelten weggewasschen worden; het overblijvende is donkerbruin, glanzend en ijzerrijk, en kan door kiezelinliltralie zeer hard worden.

Kenmerkend voor lateriet is hel roode slof dat op de oppervlakte verspreid is en door den wind soms op enkele plaatsen wordl opgehoopt.

Ofschoon de vorming nog eenigszins onzeker is, schijnt de lateriet toch bij voorkeur uit augiet-, hoornblende- en glimmerrijke gesteenten te ontslaan.

§ MdM. HERHAALDE VEKWEERING EN EROSIE. Uit het voorgaande zal het duidelijk zijn dat verweering en erosie streven naar een vermindering der hoogten van bergen en heuvels en tegelijkertijd naar een verhooging der lagere landen, waar de door liet water medegevoerde en daarin niet opgeloste sloffen voor een goed deel worden algezet.

Dikwijls zal een eerste verweering van een gesteente niet lang genoeg geduurd hebben of niet volkomen genoeg geweest zijn, zoodat in de producten der erosie (d. w. z. in de door hel water medegevoerde en op een andere plaals wederom afgezette sedimenten) dus in grind en zand, respectievelijk conglomeraten en zandsteenen of grauwacken nog mineralen aanwezig zijn, welke geheel of gedeellelijk onaangetast zijn gebleven.

Worden zulke gesteenten en hunne erosieproduclen bij herhaling aan verweering en erosie onderworpen, zoo zullen de laatste telkens minder der

Sluiten