Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XV.

ALGEMEENE BEGRIPPEN VAN DE GEOLOGISCHE FORMATIELEER.

§ M8É. BEPALING VAN HISTORISCHE GEOLOGIE. Geschiedenis in den gewonen zin van het woord is de beschrijving van de toestanden van een volk en van zijn ontwikkeling gedurende een zeker tijdperk. De algemeene geschiedenis omvat het bovenstaande met betrekking tot alle volken van de aarde en van af de vroegst bekende tijden tot op heden.

Evenals elk volk zijn geschiedenis heeft, bezit ook elke wetenschap (natuurkunde, scheikunde, stemkunde enz.) hare geschiedenis en dit is dus eveneens met de geologie het geval. Met de uitdrukking geschiedkundige aardkunde of historische geologie bedoelt men echter niet een geschiedenis der geologie als wetenschap, doch een geschiedenis van de levende wezens op de aarde van de vroegst bekende tijden tot op heden. Waar de historische geologie eindigt begint de algemeene geschiedenis met betrekking tot de menschen en de zoogenoemde «natuurlijke historie" (plant- en dierkunde) met betrekking tot de overige levende wezens op de aarde.

§ M&'i. LEER DER VERSTEENINGEN. Hel is een sedert lang bekend feit dat in kalksteenen, mergels, schiefers en andere gesteenten, die men op grond van hun voorkomen en ligging tot de oudere geologische vormingen moet rekenen, soms schelpen, slakkenhuisjes, ook wel beenderen van dieren of afdrukken van planten gevonden worden en men kon wel geen andere verklaring daarvoor vinden dan door aantenemen dat de dieren of planten, waaraan die overblijfselen behoorden, gelijktijdig leefden met de afzetting der genoemde sedimenten en bij hun dood daartusschen werden begraven.

Soms waren de weeke lichaamsdeelen eenvoudig vergaan, soms ook was de daardoor ontstane ruimte opgevuld (door kalkspaat, pyriet enz.); men

Sluiten