Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 202. Tiiici'tscn.

Evenals bij kwik is slechls ééu erts voor de metaalbereiding van belang n. 1. het tinsteen. In lagen en lagers is dit erts nog niet gevonden; men kent het uitsluitend in gangen of ingesprenkeld (in grauiel). Het grootste gedeelte van het tin is echter afkomstig van zoogenoemde secundaire ligplaatsen:

de stroomtinafzellingen, die met name op het schiereiland Malakka (Straits Settlements), Ban/ca, Billiton en Australië een groote uitbreiding bezitten.

Bijna alle tinertsvindplaatsen staan in nauw verband tot graniet en worden als vrij oud (hoogstens paleozoïsch) beschouwd. Men kent evenwel b. v. in Noord- en Zuid-Amerika en Italië tinertsgangen, die zonder twijfel eerst in de tertiaire periode zijn ontstaan.

Zeer typisch zijn de het tinsteen vergezellende mineralen. Behalve kwarts en pyriet vindt men n. 1. topaas, apatiet, vloeispaat, toermalijn, zirkoon, wolframiet, rul iel, ook wel gedegen bismuth. Ook loodglans wordt soms in de tingangen aangetroffen, terwijl voor enkele streken het te samen voorkomen met koperertsen zeer kenmerkend is (Coruwallis).

In Saksen en Bohemen vormt bet tinsteen stokwerken in den graniet; tegenwoordig leveren deze streken slechts zeer weinig tin meer. Het gesteente moest natuurlijk in zijn geheel worden afgebouwd en bij de hooge tinprijzen was een gehalte aan tin van '/2 tot '/s% bod voldoende om de ontginning loonend te doen zijn.

Wat Europa betreft komt thans de grootste hoeveelheid tin uil de reeds in zeer ouden lijd bekende mijnen van Cornwallis (Engeland). Het komt hier voor gedeeltelijk in graniet zelf, deels in gangen die zoowel in graniet als in ouden schiefer zijn gelegen en wel bij voorkeur dicht bij het contact. Wal de gangen betreft, vindt men aan de oppervlakte meest een «ijzeren hoed" die zeer tin rijk is; naar beneden treft men in den aanvang hoe langer hoe meer kopererts, dat dan eindelijk weer zoo goed als verdwijnt om plaats te maken voor tinsteen. Daarenboven zijn sommige gangen zilver- of goudhoudend.

Zooals reeds is opgemerkt is het tin van de Strails, Ned.-lndtë en Australië voornamelijk afkomstig van alluviale of diluviale afzettingen; men kent echter aldaar ook tinertsgangen, die in Malakka en Australië (Mount Bischofl in Tasmanië) ook worden ontgonnen. Ook op Billiton zijn zulke gangen met voordeel uitgewerkt.

§ tOtt. B'lutinucrtscii.

Men kent het platina alleen in gedegen toestand, dus als metaal, ofschoon

Sluiten