Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de dikke humuslaag, welke bijna overal bet onderliggende gesteente bedekt, verbergt dus ook de uitgaanden van gangen of lagen.

§ 919. HET WASCHPROCES IN HET ALGEMEEN. Het rivierzand en naar omstandigheden ook de alluvfale grond langs de rivier wordt verwasschen door middel van den waschbak. De vorm van dit instrument verschilt eenigszins in de verschillende landen en streken. Gewoonlijk is het een houten bak, die den vorm heeft van een vlakken uitgeholden kegel; soms ook is het grondvlak gelijkmatig hol en niet kegelvormig. Een grootere soort wordt voor het ruwwasschen en een kleinere voor het schoonwasschen gebruikt.

Voor het wasschen zelf kieze men een plekje in de rivier dat zoo noodig tot dat doel met houtwerk en steenen wat wordt afgescheiden en waar het water een wel duidelijk merkbaren, doch niet te sterken stroom bezit. In dit reservoirtje make men door opstapelen van eenige vlakke steenen een ondiepte, zoodat daarop de waschbak kan rusten zonder dat het water over den rand heenvloeit. In echte bergstroompjes, met klein watervolume, die dikwijls vol steenen liggen, kan men dergelijke waschplekjes in den regel met weinig moeite vinden en dus ook, naarmate het onderzoek voorlgaat, telkens nieuwe maken. In grootere rivieren, zonder steenen, is de stroom bij gewonen waterstand ineest niet sterk en kan het uitwasschen direct aan den oever geschieden. In elk geval is het noodig dat het binnenloopende water voldoend helder is, zoodat men altijd het verloop der wassching duidelijk kan volgen.

Men vult nu den waschbak voor ongeveer twee derde met het te onderzoeken materiaal (zand, klei enz.), zet den bak op de ondiepte, laat er door deze een weinig schuin te houden wat water inloopen, kneedt de massa goed met de handen, laat het bovenstaande troebele water voorzichtig wegloopen en herhaalt deze bewerkingen totdat alle kleideelen verdwenen zijn en men op den bak alleen overhoudt een mengsel van zand, gruis en erts. De grootere steentjes worden met de hand uitgezocht en, voor zoover ze geen waarde hebben, weggeworpen.

Met het overschot wordt dan de eigenlijke wassching uitgevoerd. De bak wordt dan met beide handen aangevat, in dieper water gebracht en zóó schuin gehouden dat de helft van den rand, die naar den waterstroom toegekeerd is, even onder water ligt en de andere helft er wat bovenuit steekt. De wasscher geeft nu aan den bak een eigenaardige beweging, beslaande uit een kwart slag heen en terug draaien om een vertikale as, tegelijk met een schommeling langs de middellijn van den rand die door de beide steunpunten (de handen) gaat en die men alleen door oefening kan leeren. Hierdoor geeft hij den waterstroom bij korte tusschenpoozen toegang lot den bak, waardoor in samenwerking met de kleine draaiingen

Sluiten