Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Plotselinge veranderingen in de stroomsnelheid.

Waar de rivier een waterval of stroomversnelling vormt heeft zij zich aan den voet er van gewoonlijk meer of minder diep in het gesteente ingegraven. In deze uithollingen is de gelegenheid zeer gunstig voor het bezinken van zwaardere sloffen en dus ook van de nuttige mineralen. Inderdaad zijn zulke plekken dan ook niet zelden zeer mineraalrijk, doch bestaat er een vrij groot onderscheid met die van A. Het water is in den kolk aan den voet van den val in sterke beweging, zoodat de kleinere en de specifiek minder zware stoffen geruimen tijd zwevende worden gehouden en gedeeltelijk over den rand van den kolk wegvloeien. Met de grootere en zwaardere stukken geschiedt dit niet maar deze krijgen toch, alvorens voor goed te bezinken, gelegenheid tegen elkaar en tegen de kolkwanden te botsen en daardoor afgeslepen te worden.

Men zal daardoor in zulke kolken meest groote maar zelden nog scherpkantige erlsstukken vinden, ook al is de ligplaats dichtbij gelegen.

In een stroomversnelling zet zich het erts bij voorkeur in rustige diepe plekken tusschen grootere sleenen af en deze verkeeren dan in het geval A. Bij hoog water worden zulke plekken dikwijls weer opgewoeld en verplaatst zich de ertsvoorraad tot aan den voet der versnelling, waar het water meestal plotseling veel rustiger vloeit en gelegenheid tot bezinking is gegeven.

C. De hoeveelheid water.

In de eerste plaats is het duidelijk dat de toestanden van het transport in een rivier met veel water andere zijn dan in een met weinig water; insgelijks in een met breede bedding andere dan in een met smalle, indien men dezelfde waterhoeveelheid neemt, want hel transport hangt direct samen met de snelheid.

Terwijl het bij groote snelheid mogelijk is dat verreweg de meeste, ook de grootere erlsstukken, meegevoerd en gedeeltelijk door het water zelfs eenigszins zwevende gehouden worden, zoodat zij zonder veel af te slijten ver van de ligplaats worden getransporteerd, — geschiedt de verplaatsing bij geringe stroomsnelheid slechts langzaam en in dier voege dat de stukjes over den bodem worden voortgeschoven en voortgerold. Hier is dus de gelegenheid lot afronding zelfs over korlen afstand zeer groot.

Met deze omstandigheden moet ook rekening worden gehouden waar, zooals b. v. in Indië, de riviertjes in de verschillende moessons een enorm

Sluiten