Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

put direct in de afzetting is door de moeielijkheid van opvoer niet

aan te raden;

b. sterker geaccidenteerd (berq-) terrein.

bt. afzettingen die horizontaal of zeer zwak hellend zijn.

Deze afzettingen (altijd lagen) komen natuurlijk aan de berghellingen aan den dag. In elke afzetting worden onderzoekingsgalerijen

gedreven.

b2. afzettingen met middelbare helling of bijna vertikaal.

In dit geval maakt het een verschil of het strijken der afzettingen ongeveer evenwijdig met of dwars op dat van den bergrug loopt.

Zijn de strijkrichtingen zoo goed als evenwijdig dan moet men nagaan of de afzettingen wellicht door een dwarsdal gesneden worden, waarna men de keus heeft tusschen een enkele dwarsgalenj (met van daaruit loopende strijkende galerijen) ergens aan de langszijde van den rug te beginnen of in elke afzetting een galerij aan te zetten in het

dwarsdal.

Maken de strijkrichtingen een grooten hoek met elkaar zoo is liet enkele gebruik van strijkende galerijen in den regel te verkiezen.

Ofschoon het niet altijd mogelijk zal zijn moet men er toch reeds bij het onderzoek op bedacht zijn dat de te maken galerijen of putten bij een definitieve ontginning verder kunnen worden gebruikt. Vooral kan men hierop letten indien de ligging der afzetting van dien aard is dat naar het oordeel van den onderzoeker later tunnelontginning (heuvelbouw, zie deel II) zal moeten of

kunnen worden toegepast.

Het is dus niet de kwestie dat hier of daar eenige galerijen of putten

worden gemaakt op plaatsen welke daarvoor geschikt lijken, doch de onderzoeker moet zich eerst op grond van de door den prospector en hem uitgevoerde terreinverkenningen een idee vormen van de plaats waar en de wijze waarop de exploitatie zou moeten worden aangevangen indien de gevonden afzettingen zullen blijken voldoende rijk te zijn. Eenmaal dit overlegd zijnde kan hij er bij zijn onderzoek rekening meê houden en worden zijn denkbeelden aangaande de ontginning gevolgd, zoo wordt een goed deel van het aan het onderzoek

besteede geld en werk direct productief.

Uit het voorgaande volgt dus dat men niet tot het maken van putten en galerijen mag overgaan alvorens het werk aan de oppervlakte geheel beëindigd en alle nevenomstandigheden goed overwogen te hebben, — een regel die maar al te dikwijls uit het oog wordt verloren.

Sluiten