Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verliezen. Het tweede is hel best ongelijnd; de eene (b. v. linker) zijde wordt geheel gereserveerd voor de schets, terwijl op de andere zijde de op die schets betrekking hebbende aanteekeningen (tekst) worden genoteerd. Men volge steeds den regel: laat de teekening en het schrift op dezelfde folio naast elkander staan, onverschillig of daardoor ean gedeelte van het papier ongebruikt moet blijven en wees niet de papierruimte niet zuinig, omdat anders licht onduidelijkheid ontstaat en verwarring. Men zal spoedig het groote nut hiervan leeren inzien.

In welke richting men ook loopt, steeds wordt de schels zóó geteekend dat het noorden, evenals op de gewone kaarten, naar boven wijst en men geweune zich van het begin af er aan om een of ander azimut zooveel mogelijk in zijn ware richting en een afstand op zijn ware (betrekkelijke) grootte in teekening te brengen. Alleen door deze wijze van doen toe te passen geeft de schels reeds een werkelijk beeld van den weg en kan men daarop tevens een algemeen beeld vau hel bergterrein ontwerpen.

In den regel kan men door inlichtingen bij den gids wel ongeveer te weten komen in welke richting het voorloopig te volgen stuk weg gaat en men kiest hiernaar op de schetszijde van het blad het aanvangspunt. De opneming komt nu daarop neer dat men van het voor zich uit zichtbare weggedeelte lot aan een zeker kenmerkend eindpunt (boom, steen enz.) met het op het boekje liggend of in de vrije hand gehouden kompas de richting bepaalt (een nauwkeurigheid van 5 tol 5 graden is voldoende), deze richting op de rechterzijde noteert (b. v. Z 35 W), dan de gemaakte passen tot het eindpunt telt en deze achter de richting bijschrijft. Men kan hierbij voor elke 100 pas een streepje zetten en de overblijvende passen er naast zetten, op deze wijze:

Z 35 W — tn \l! 60 wat dus beteekent dat men in de richting Z 35 W een aantal van 860 passen heeft afgelegd. Bij de azimulbepaling wordt de noord-zuid-lijn van de verdeelinr/ met het N.-punt vooruit in de richting van den weg gehouden. De noordpunt van de naald geeft dan op de verdeeling precies het op te schrijven azimut aan, in welke richting men ook loopt. Dit is een der grootste voordeelen van het gebruik van een geologisch kompas tegenover een gewoon.

Men neemt nu op de schets een zekeren onveranderlijken maatstaf aan b. v. van 1 millimeter voor elke 100 pas en zet nu aan het aanvangspunt een lijn in de richting Z 35 W ter lengte van 8,6 millimeter uit Die lengte behoeft natuurlijk niet precies uitgemeten te worden en men kan dit geheel

Sluiten