Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36, i5

106, 160 114

75, 7

loodglans löss

lucktzadel

lucidity

luster

lytliet

loodrecht strijken: cross courses; gangen in een willekeurige andere richting: caunler lodes.

Bleiglanz, Galenit; galena, galenite;

galène. f.

Löss; loess; loess. m.

Luflsattel; aerial arch, air-saddle;

voute ouverle, selle en 1'air. helderheid.

glans.

Kiezelschiefer.

M.

raacle

39, 36a magneetkies

37, magneetfjxer

41, 5i ïiiagnesiagliiuii» er magnetic pyrites 23 magnetisme magnetite mainbottom 35, a malaeliiet

mamelonné Mandel

39, 36a markasiet

71 marmer marl, marne

tweeling; ook het mineraal chiastoliet

Magnetkies; magnetic pyrites, pyrrhotite; pyrrhotine. f, fer sulphuré magnétique.

Magnetit, Magneteisenstein; magnetite; fer oxydulé, magnélite. f.

biotiet.

magneet kies.

Magnetismus; magnetism; magnétisme, magneet ijzer.

= bed-rock.

Malachit; malachite; malachite. f.

cuivre carbonaté vert. = mammillary = glaskopachtig. amandel; Mandelstein = amandelsteen.

Markasit; hepatic pyrites, marcasite; marcasite. f, pyrite blanche, fer sulphuré blanc.

Mannor; marble; marbre. m.

mergel; — marl-slate — marne

Sluiten