Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§

41, 51 sanidicn

sapphire sapphire quartz 39, 37 sardonyx saveur

scaly structure 130 scharen (v. gangen)

126 scheidingslaagje 120 scheur Schicht

Schichtung schiefer

105

100

101

99

100

104 76

Sanidin, Eisspath, glasiger Feldspath; sanidine, glassy felspar; sauidine. f, feldspath vitreux.

saffier.

sideriet.

Sardonyx; sardonyx; sardoine. f. smaak.

schubbige textuur.

Schaarung; junclion; se toucher, se

rencontrer, souder, réunion.

Besteg; parting; filet, joint stérile. zie spleet.

laag v. e. gesteente; Schichtllachen

= voegvlakken.

laagvorming.

Schiefer; schist (krist. sch. en kleisch.), slate (echte kleisch. met valsche schiefering), shale (schieferklei); schiste. m.

brandsch. — Brandsch; biluminous-shale, oil-shale, pyroschist; pyroschiste, sch. bituminifère. cliiastolietsch. = Chiaslolithsch; chiaslolite-slate; schiste maclé, — maclifère.

chloriet sch. = Chloritsch; chlorile-schist; chloritoschiste, chloroschiste, schiste chloriteux. glimmersch. = Glimmersch; mica-schisl, mica-slale; micaschiste, schiste micacé.

graiictsch. = Graphitsch; graphite-slate; ampélite, sch. grapliique.

griffelsch. — Griffelsch; slate;

schiste se débitant en plaquettes. Iioornhlendesch. — Horn-

Sluiten