Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de opleiding van Indisehe bestuursambtenaren eens hieraan gezette aandacht wijdde.

In eene onlangs gepubliceerde voorloopige beschouwing van het Rapport der Staatscommissie lezen wij: »Laat allereerst dan toch eens de vraag beantwoord worden: waaruit blijkt dat het gehalte der tegenwoordige administratieve ambtenaren zoo slecht is, en waarin schieten zij tekort" 1). Dit brengt ons in medius res wat het tweede der punten betreft die ik op het oog had. Wanneer in deze phrase het adjectief «tegenwoordige" tot zijn recht zal komen dan kan zulks, naar mijne zienswijze, alleen door eene vergelijking van »de tegenwoordige administratieve ambtenaren" met die van vroeger dagen, waarbij dan als vaststaande wordt aangenomen, dat het gehalte van laatstgenoemden weinig of niets te wenschen overliet.

Ik geloof niet dat iets dergelijks ooit in ernst is beweerd.

In mijne, in den aanvang van dit epistel bedoelde, beschouwingen heb ik uiteengezet dat het Programma van leervakken, vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 10 September 1864 (Stbl. n°. 93), hoegenaamd geen verband houdt met de propaideusis welke, blijkens de ervaring, het deel was van de meesten hunner die zich aan de studie dier vakken gingen wijden. Is die omstandigheid op zich zelve reeds een stevige waarborg voor slechte uitkomsten, hechter wordt deze nog wanneer men rekening houdt met de zwakke krachten van velen, wien het onderwijs in die vakken werd toevertrouwd

Maar dit is tegenwoordig nog nagenoeg hetzelfde als vijf en dertig jaren geleden, en zoo er noemenswaardige ver-

') Ind. Gids. Augustus 1899, p. 907.

Sluiten