Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarentegen schijnt mij ten eenenmale verwerpelijk het door de Staatscommissie aangegeven denkbeeld om de candidaat-ambtenaren te kiezen uit personen, die reeds eene studie voor eene geheel andere carrière achter den rug hebben, en nog wel uit zulke heterogene groepen als in art. 1 van het Ontwerp Besluit worden opgenoemd. Hierboven werd duidelijk genoeg uiteengezet dat de Staatscommissie onmogelijk eene heldere voorstelling van de zaken kan gehad hebben, toen zij dit beginsel vaststelde, en met name te veel de uitdrukkingen «ambtenaren van den administratieven dienst" en «ambtenaren van het binnenlandsch bestuur" op óéne lijn heeft gesteld wat hare beteekenis aangaat, niettegenstaande de daardoor aangeduide begrippen zoo ver van elkaar staan als genus en species slechts staan kunnen. Dat dientengevolge de eischen, welke aan een toekomstigen bestuursambtenaar in Nederlandsch-lndië mogen gesteld worden, volkomen uit het oog verloren zijn, en met name hunne philologische en juridische vorming kant noch wal raken zal, werd ïeeds uiteengezet.

Hier moet nog gewezen worden op een gevaar van geheel anderen aard, waaraan het zonderling optimisme der Staatscommissie den dienst in Nederlandsch-Indië blootstelt. Zij schijnt te meenen dat, zoo al niet uitsluitend de beste, dan toch in elk geval niet de slechtste elementen uit die bonte rij van gestudeerden zich zullen aanmelden, om voor eene benoeming tot candidaat-ambtenaar in aanmerking te komen. Mij schijnt het toe dat het in strijd 7.011 zijn met elke eenvoudige en onbevooroordeelde beschouwing van zaken om ook maar één oogenblik te gelooven dat de toekomst der Commissie gelijk zal geven. Wie uit

Sluiten