Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iie akd., n". 454.

s Gravenhage, 29 Juli 1909.

de minister van oorlog,

Gezien het Koninklijk Besluit van 3 Juli 1909 (Staatsblad n°. 262), aldus luidende:

BESLUIT van den 3den Juli 1909, houdende regeling van de opleiding van ingeschrevenen voor de militie en ingelijfden bij de militie te land en van de benoeming van ingelijfden bij de militie tot den officiersrang bij de infanterie, zoomede tot regeling van de opleiding tot bevordering van militie-officieren bij genoemd wapen.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Oorlog van 29 Juni 1909, Kabinet Litt. X64;

Overwegende dat het wenscheiijk is de bepalingen nopens de regeling van de opleiding van ingeschrevenen voor de militie en ingelijfden bij de militie te land en van de benoeming van ingelijfden bij de militie tot den officiersrang bij de infanterie, zoomede tot regeling van de opleiding tot bevordering van militie-officieren bij genoemd wapen aan te vullen, uit te breiden of te wijzigen;

Gezien het bepaalde bij artikel 115 der Militiewet 1901;

Gezien het Koninklijk besluit van 3 September 1906 (.Staatsblad n°. 234);

Hebben goedgevonden en verstaan:

A. In te trekken het hiervoren genoemde Koninklijk besluit van 3 September 1906 {Staatsblad n». 234);

B. Te bepalen:

Artikel 1.

Jaarlijks kan van elk der regimenten infanterie (het regiment grenadiers en jagers daaronder begrepen) een

Sluiten