Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe heeft kunnen komen, om in de nieuwe wet op liet H. O. de heele palaeontologie te combineeren met de mineralogie en geologie, terwijl toch de palaeontologie in de eerste plaats is, palaeobotanie en palaeozoölogie, de leer van de floren en faunen, die sedert de oudste geologische tijden, waarvan de resten van organisch leven bewaard gebleven zijn, elkaar zijn opgevolgd tot het plantenkleed en de dierenwereld van onzen tijd.

En de vormen onzer hedendaagsche organismen wereld, volgens de evolutieleer ontwikkeld uit die der vroegere Horen en faunen, zullen immers alleen op grond der kennis van hunne in die uitgestorvene vormen van het verleden bekende voorgangers juist worden opgevat en beoordeeld, wat betreft zoowel hunnen uit- en inwendigen, makroskopischen en mikroskopischen bouw, als hunne ontogenetische ontwikkeling, hunne onderlinge verwantschapsbetrekkingen en phylogenie en hunne geographische verspreiding.

Ligt het niet voor de hand en in het biologisch karakter dier wetenschappen, dat de vereeniging der palaeophytologie met de botanie en die der palaeozoölogie met de zoölogie de eenige van een wetenschappelijk en paedagogisch standpunt te verdedigen combinatie zou zijn, zoowel in het belang van de wetenschap, als van het onderwijs? En behoorden die vakken voor den mineraloog en geoloog, ten minste voor zoo verre het onderwijs betreft, niet alleen hulpwetenschappen te zijn, met het oog op de door hem te behandelen stratigraphische palaeontologie? Zouden de botanici en zoölogen zich met zoodanige uitbreiding hunner taak niet kunnen vereenigen , zoo zoude van hunnen kant de benoeming van eenen lector voor palaeobotanie en palaeozoölogie evenzeer als door den mineraloog en zoöloog met blijdschap worden begroet.

M. H. Curatoren dezer Hoogeschool, het zou mij leed doen, indien het in mijne laatste woorden uitgesproken desideratum door U zou worden opgevat als ontsproten uit ontevredenheid, zelts na al hetgeen voor eene waardige akademische vertegen-

Sluiten