Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om andere dan eene der in het tweede lid van dit artikel onder 1°. tot en met 4°. genoemde redenen van de lyst der leerlingen af te voeren, dan met toestemming van den arrondissements-schoolopziener.

Een kind, dat ingevolge artikel 20, § 4, ambtshalve is ingeschreven, mag gedurende de eerste zes maanden, nadat het op de school geplaatst is, zonder toestemming van den arrondissements-schoolopziener van de lyst der leerlingen niet worden afgevoerd dan in de gevallen, onder 1°,, 2°. en 3° in het tweede lid van dit artikel bedoeld.

Dit artikel, bij het gewijzigd wetsontwerp voorgesteld, is in de memorie van antwoord door den Minister als volgt toegelicht: „Werd daaromtrent niets geregeld, dan zou een vader zijn kind om de nietigste reden of uit eigen voordeel van de lijst kunnen afvoeren, zonder dat het elders onderwijs gaat ontvangen. Niet zeldzaam is het b. v. dat tegenwoordig een vader zijn kind in April laat afvoeren om het in NoVember weer naar school te zenden; dan wint die vader voor zes maanden het schoolgeld uit en profiteert tevens in dien tijd van de verdiensten van het kind, dat hij op het land laat werken. Tegen dergelijke praktijken moet zooveel mogelijk worden gewaakt. Regeling is te meer noodig, nu volgens het gewijzigd ontwerp ambtshalve inschrijving kan plaats vinden. Dat een vader niet het recht moet hebben om een kind, dat ambtshalve is ingeschreven, zonder of om nietige redenen terstond weder van de lijst af te voeren, spreekt van zelf.

De regeling is echter zoo mild mogelijk ontworpen. Vier redenen zijn genoemd — 1°. vertrek uit de gemeente; 2°. plaatsing op eene andere school; 3°. voornemen om aan den leerplicht te voldoen door huisonderwijs; 4°. beroep op een der vrijstellingen van art. 7 — waarin het hoofd der school afschrijving van de lijst niet mag

Sluiten