Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treding gepleegd wordt binnen zes maanden na den dag, waarop het kind geacht wordt tot de schoolbevolking te behooren :

2°. indien den overtreder de aanzegging bedoeld in artikel 21, § 3, is toegezonden, de overtreding het kind betreft, waarop die aanzegging betrekking had, en de overtreding gepleegd wordt binnen zes maanden, nadat den overtreder de aanzegging toegezonden is;

3°. indien de overtreder te voren ingevolge 1°. of 2°. van deze paragraaf onherroepelijk veroordeeld werd of de boete vrijwillig heeft betaald, de overtreding gepleegd wordt binnen een jaar na die, welke tot de veroordeeling geleid heeft, en zij hetzelfde kind betreft;

4°. indien de overtreder te voren ingevolge 3°. van deze paragraaf onherroepelijk veroordeeld werd of de boete vrywillig heeft betaald, de latere overtreding gepleegd wordt binnen een jaar na die, welke tot de veroordeeling geleid heeft, en zy hetzelfde kind betreft.

§ 2. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen zes maanden verloopen zijn sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene der overtredingen in de eerste paragraaf van dit artikel bedoeld ten aanzien van hetzelfde kind onherroepelijk is geworden of de veroordeelde de boete vrijwillig heeft betaald, wordt hy gestraft met geldboete van ten hoogste vijftig gulden.

Bij tweede of volgende herhaling, gepleegd ten aanzien van hetzelfde kind, telkens binnen zes maanden nadat de laatste veroordeeling onherroepelijk is geworden of de veroordeelde de boete vrijwillig heeft

Sluiten