Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILHELMINADAG OP CEYLON.

HERINNERINGSALBUM VAN DE RAGAMAFEESTEN OP DEN 31STEN AUGUSTUS 1901.

BEWERKT DOGE

E. F. E. DOUWES DEKKER.

Welk 'en eerbied doortrilde de tekenaar van het hier volgend werk en welk 'en edele eerbied! Niet dat surrogaat, dat rijkdom en macht bij beurten of te zamen ten deel valt van de kleinen van geest, voor wie veel geld en invloed behoren tot het godlike in de mens, waarvoor, men in aanbidding moet neerzinken. Het staat echter gekleed er later, als de toverachtige bekoring geweken is, op te schelden. Nee, hier heeft 'en koninklike vrouw zich uit het gros der vorsten en vorstinnen verheven door 'en edele, manlike daad, zo verbijsterend even, dat velen van ons in hun kleinmoedigheid, gewend aan het niets doen, niets kunnen doen in dezen, zich afvroegen: „Kan dat? Is dat niet zonder gevaar?" Maar wie gevoel hadden voor het Hoge en idealist waren gebleven in deze dagen van ruw geweld, zij raakten terstond in alle landen onder de bekoring van de moed, om Engeland te trotseren door het zenden van de „Gelderland" én tegelijk om de menselikheid het in de strijd tegen 't geweld ten minste even te helpen winnen.