Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schepping der wereld, om ons God als 'tware zichtbaar voor oogen te stellen door de aanschouwing Zijner werken. Doch hiertegen komen onbeschaamde menschen in verzet, en spottend vragen zij, hoe deze dingen aan Mozes zijn geopenbaard. Zij meenen dus, dat Mozes maar wat verzint van dingen, die hem onbekend zijn, daar hij ze niet heeft gezien, noch uit geschriften heeft vernomen, dat ze zoo waren. Aldus redeneeren zij ; maar hunne onbeschaamdheid is gemakkelijk te weerleggen. Want als zij deze geschiedenis niet geloofwaardig achten, omdat ze een lang tijdsverloop terugrekent, moeten zij ook de voorspellingen weerleggen, waarin dezelfde Mozes heeft voorzegd, wat even vele eeuwen later, als nu reeds sedert de vervulling verloopen zijn, gebeurd is. Helder en duidelijk is alles, wat Mozes getuigt van de roeping der Heidenen. Bijna tweeduizend jaar na zijnen dood trad eerst de vervulling daarvan in. En als hij nu eene zaak, die zoo lang daarna eerst zou gebeuren, en die voor 't menschelijk verstand verborgen was, door den Geest Gods heeft vooruitgezien, kon hij dan ook niet verstaan, of de wereld door God was geschapen, daar hij toch hemelsch onderricht ontving ? Want hij komt hier niet voor den dag met zijne gissingen, maar hij is een instrument des Heiligen Geestes, om dingen te openbaren die voor allen van belang zijn te weten. Wat betreft hunne bevreemding, dat de orde der schepping, die te voren onbekend was, door hem alleen is beschreven en verklaard, daarin vergissen zij zich deerlijk. Immers hij stelt niet te boek dingen die vroeger onbekend waren, maar hij was de eerste, die schreef, wat de vaderen vele jaren achtereen mondeling aan hunne kinderen hadden overgeleverd ; of moeten wij denken, dat de mensch aldus op de aarde is geschapen, dat hij onbekend bleef met zijnen oorsprong en met dien van alle dingen, welke hij genoot ? Integendeel; niemand, die gezond verstand heeft, zal er aan twijfelen, of Adam is aangaande al die dingen uitnemend onderricht. Of is hij later stom geworden ? Of waren de heilige aartsvaderen zoo ondankbaar, dat zij eene zoo noodzakelijke leer stil hielden ? Of heeft Noach, die door zulk een gedenkwaardig oordeel Gods was gewaarschuwd, vergeten die leer aan zijne nakomelingen over te brengen ? Uitdrukkelijk ontvangt Abraham de eervolle vermelding, dat hij een leermeester en voorganger was van zijn gezin. Gen. 18 vs. 19. Ook weten wij, dat toen Mozes reeds lang weg was, de kennis 2

Sluiten