Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij niet alleen dingen aan, die ons anders zouden ontgaan; maar Hij dwingt ons bijna om te zien, gelijk slechte oogen door een bril worden geholpen. En hierop legt Mozes zijn arbeid aan, gelijk reeds gezegd is.

Want als het sprakelooze onderwijs van hemel en aarde genoegzaam was, zou Mozes' leer overbodig zijn. Aan de natuur wordt hier dus een heraut toegevoegd, om onze aandacht te trekken, opdat wij zouden weten, dat wij op dit tooneel zijn geplaatst om Gods heerlijkheid te aanschouwen. En dit niet alleen als getuigen, maar cok cm van alle rijkdommen, die hier zijn tentoongesteld, te genieten, gelijk de Heere die tot ons gebruik heeft bestemd en onderworpen. Ook toont hij maar niet in 't algemeen aan, dat God de Schepper der wereld is, maar de draad van zijn verhaal is er op aangelegd, te toonen, hoe verwonderlijk Gods macht Zijne wijsheid en goedheid is, maar bovenal, hoe groot Zijne zorg is voor het menschelijk geslacht. Wijl het eeuwige Woord Gods, Zijn levend en uitdrukkelijk Beeld is, zoo vestigt hij vervolgens daarop ons oog. Daaruit volgt, wat Paulus ons zegt, dat men alleen door het geloof kan verstaan, dat de hemelen door het Woord Gods zijn toebereid Hebr. 11 vs. 3. Want daaruit ontstaat eigenlijk het geloof, dat wij, door den dienst van Mozes onderwezen, niet meer omzwerven in dwaze en ijdele beschouwingen, maar den Eenigen Waren God in Zijn oorspronkelijk beeld beschouwen.

Toch kan men mij tegenwerpen, of hiermee overeen te brengen is, wat Paulus leert: „Nademaal in de wijsheid Gods de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken, die gelooven, 1 Cor. 1 vs. 21". Want hij verzekert hiermede, dat men tevergeefs God zoekt met behulp van de zienlijke dingen, en dat ons niets anders overblijft, dan rechtstreeks tot Christus te gaan. Hieruit volgt, dat men niet moet beginnen met de grondstoffen der wereld, maar met het Evangelie, dat ons alleen Christus en zijn kruis voorstelt en ons daarbij doet blijven. Ik antwoord hierop, dat men wel tevergeefs redeneert over de Schepping der wereld, als men niet eerst door de prediking des Evangelies is vernederd, en geleerd heeft alle scherpzinnigheid des verstands te onderwerpen aan de dwaasheid des kruises (gelijkt Paulus haar noemt 1 Cor. 1 vs. 21). Nergens elders zullen wij iets vinden, dat ons opvoert tot God,

Sluiten