Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is toegerust, en haar eene gedaante is gegeven, die zij vroeger miste. Dit verzinsel was vroeger zelfs algemeen onder goddelooze menschen, tot wie slechts een vaag gerucht was doorgedrongen, gelijk het de gewoonte der menschen is, de waarheid Gods met vreemde verzinselen te vervalschen. Maar dat in het verkondigen van deze verfoeielijke dwaling, Christenmenschen behulpzaam zijn (gelijk Steuchus doet), is ongerijmd en volstrekt niet te verdragen.

Dit zij daarom onze eerste slotsom, dat de wereld niet eeuwig is, maar dat ze geschapen is door God. Het lijdt geen twijfel, of met hemel en aarde bedoelt hij dien ongevormden klomp, aan welken hij een weinig later den naam van ,de wateren" toekent. De reden daarvan is, dat die massa de grondstof der geheele wereld was. Voorts wordt hier de algemeene verdeeling der wereld aangegeven.

God. — Bij Mozes vindt men • een Woord in het

meervoudig getal. Hieruit pleegt men te besluiten, dat hier in God drie Personen worden onderscheiden ; maar omdat dit bewijs voor zulk eene gewichtige zaak mij niet gegrond genoeg toeschijnt, wil ik op dit woord niet te veel den nadruk leggen. Veel beter is het, de lezers op te wekken, dat zij zich zullen wachten van dergelijke gewelddadige uitleggingen. Men zou meenen, een bewijs te hebben tegen de Arianen voor de Godheid des Zoons en des Geestes, en intusschen zich verwikkelen in de dwaling van Sabbellius; omdat Mozes er verder bijvoegt, dat Elohim heeft gesproken en dat de Geest van Elohim zweefde over de wateren. Wil men drie Personen hier opmerken, dan zijn zij niet onderscheiden. Immers dan volgt, dat de Zoon door zichzelven is gegenereerd, en de Geest niet is van den Vader, maar van zichzelven. Mij is 't voldoende, dat het meervoudig getal de deugden Gods, die Hij in 't scheppen der wereld heeft getoond, ons verkondigt. Voorts stem ik toe, dat de Schrift, al predikt zij nog zoo vele deugden Gods, toch'steeds ons tot den Vader en Zijn Woord en Geest leidt, gelijk wij ook een weinig later hopen te zien. Maar deze ongerijmdheden, die ik heb aangeroerd, weerhouden ons zoo maar op de Personen te laten slaan, wat Mozes heel eenvoudig van God zelf verhaalt. Dit echter stel ik buiten alle tegenspraak, dat naar den aard dezer plaats, hier aan God dien Naam is toegekend, welke zijne macht uitdrukt, die tevoren eenigermate in zijn eeuwig bestaan lag verborgen.

Sluiten