Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld beschouwen, die afgeweken is van hare schepping, moet ons dit woord van Paulus voor den geest komen, dat het schepsel der ijdelheid is onderworpen, niet van zelfs, maar door onze zonde, en dat wij, aldus herinnerd aan onze rechtvaardige verdoemenis, zuchten. Rom. 8 vs. 20.

3. God nu zegende den zevenden dag. Dit zegenen schijnt op God te zijn overgebracht van de wijze der menschen, want deze zegenen dien zij in hooge eer verheffen willen.

In dezen zin zou dit zeer goed van God kunnen gezegd worden, omdat Zijne zegening soms de gunst is, waarmee Hij de Zijnen begiftigt, gelijk de Hebreen een gezegende Gods noemen, wie eene bijzondere genade bij God bezit. Zie beneden hoofdst. 24 : 31. „Kom in, gij gezegende des Heeren" Zoo moet men den dag, door Hem gezegend, beschouwen, als de dag, dien Hij bemint, opdat op denzelven de uitnemendheid en waardigheid Zijner werken geroemd worde. Overigens lijdt het bij mij geen twijfel, of Mozes wilde door het woord „heiligen" terstond toelichten, wat hij had gezegd. Zoo wordt alle onduidelijkheid weggenomen, omdat het tweede woord de uitlegging is van het eerste. Want BHp is bij de Hebreen uitkiezen uit een bekend getal. Derhalve heiligt God den zevenden dag door dien te verheffen, opdat hij met een bijzonder recht onder de andere zou uitmunten. Hieruit blijkt ook, dat God altoos rekening houdt met de menschen. Boven heb ik gezegd, dat zes dagen besteed zijn aan het scheppen der wereld, niet omdat God de opvolging van tijd noodig had, want voor Hem is een oogenblik gelijk aan duizend jaren, maar om ons te bepalen bij de beschouwing Zijner werken. Hetzelfde doel beoogde Hij met Zijne rust, want Hij bestemde eenen dag, uit de overige genomen, tot dit bijzonder doel.

En daarom is die zegening niets anders dan de plechtige wijding, waarmee God zich de neigingen en bezigheden der menschen op den zevenden dag toeeigent.

Wel past ons deze beschouwing gedurende het geheele leven, en hebben wij ons dagelijks te oefenen, om de groote Goedheid Gods, Zijne Rechtvaardigheid, Kracht en Wijsheid, in deze groote schouwplaats van hemel en aarde op te merken. Doch wijl de menschen, soms minder ijverig dan billijk is, daarop zouden letten, is elke zevende dag bijzonder uitgekozen, om aan te vullen, wat aan de voortdurende beschouwing ontbreekt.

Sluiten