Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook zelf dwaselijk meer heeft begeerd dan betaamde, en meer de bedriegerijen van Satan dan het heilige Woord Gods heeft geloofd. Nu wordt gevraagd wat van beiden de zonde is geweest. Kinderachtig is, wat sommigen der ouden verhalen, dat hij door onmatige eetlust is verlokt. Want als zoo groote menigte der beste vruchten hem toevloeide, welk eene aantrekkelijkheid lag er dan in die ééne soort ? Juister is het, wat Augustinus zegt, dat trotschheid het begin is geweest van alle kwaad, en dat het menschelijk geslacht door trotschheid is te gronde gegaan. \ ollediger echter kan de bepaling der zonde genomen worden uit den aard der beproeving, zooals Mozes die beschrijft. Want van wege haar ongeloof wordt de vrouw afgetrokken van Gods woord, door de bedriegerijen der slang. En daarom, 't begin der verwoesting, waardoor 't menschelijk geslacht is te gronde gericht, was afval van Gods heerschappij. Merk echter op, dat de menschen reeds van God zijn afgevallen, toen zij met' verlating van zijn woord, het oor leenden aan Satans leugens.

Daaruit nu verstaan wij, dat God wil, dat zijn woord geëerd en gevreesd worde, en dat alle ontzag voor Hem wordt uitgeschud, als Zijn woord wordt veracht. Deze leer is zeer nuttig om gekend te worden, want bij weinigen houdt Gods woord zijne volle waardigheid. Velen, die met verachting ervan ongestraft voorthollen, matigen zich toch onder de dienaren Gods de voornaamste plaats aan. En daar God zich niet anders aan de menschen openbaart dan door het Woord, zoo ook houdt niet anders Zijne Majesteit, noch Zijnen Dienst onder ons in stand, dan als wij Zijn woord gehoorzamen. Voorts was ongeloof de wortel van den val, gelijk het geloof alleen ons aan God verbindt. Daaruit vloeide eerzucht en trotschheid, zoodat eerst de vrouw, en later ook de man zich tegen God wilde verheffen. Want zij hebben waarlijk zich tegen God verheven, toen zij met de hun van Godswege geschonken eer en voortreffelijkheid niet tevreden, meer begeerden te weten, dan geoorloofd was, n. 1. om God gelijk te wezen . Ook openbaart zich daaarin eene groote ondankbaarheid. Naar de gelijkenis Gods waren zij gemaakt; dit schijnt hun te weinig toe, zoo dat de gelijkheid er bij moet komen. Het baat dus slechte en verkeerde menschen weinig zich zooveel moeite te geven om de zonde van Adam en zijne vrouw te verkleinen. Want diefstal is geen

Sluiten