Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelve bevangt, niet de zekere aanwijzing hunner schuld? Niets ter wereld derhalve zal in staat zijn, hen van schuld vrij te pleiten, daar zij hun eigen geweten tot rechter hadden, om hen te overtuigen. Ja, veel meer past het ons allen de oogen te openen, opdat wij beschaamd over onze schande, aan God die eer geven, die Hij verdient. Veranderlijk heeft God den mensch geschapen ; dat Hij beproefd werd, heeft Hij niet alleen toegelaten, maar gewild. Want ook de tong der slang heeft hij den duivel ter beschikking gesteld boven 't gewone gebruik der natuur, op dezelfde wijs als iemand een ander een zwaard en wapenen verstrekt. Schoon de treurige afloop Hem vooruit bekend was, bracht Hij niet gelijk Hij kon doen, een middel daartegen aan. Maar beschouwt men den val van de zijde des menschen dan zal men bevinden, dat hij uit eigen beweging heeft gezondigd, en dat hij zoowel door vrije als door verkeerde gemoedsbeweging van God, Zijnen Maker, is afgevallen. Ook kan men niet zeggen, dat het een licht misdrijf geweest is, dat hij het geloof in Gods woord verzakende, met goddelooze en onheilige jaloerschheid, tegen Hem zich verhief, dat hij niet onder Zijn gezag wilde staan, kortom, dat hij zoowel trotsch als trouweloos van Hem afviel. Derhalve, is al het zondige en het schuldige, in den val der eerste menschen, aan hen zelf te wijten. De voorafgaanden eeuwigen raad Gods ontbreekt het niet aan een rechtvaardige reden, ofschoon deze voor ons is verborgen. Wel zien wij dagelijks uit deze zoo vreeselijke verwoesting, de vrucht voortkomen, dat wegens onzen ellendigen toestand God ons tot nederigheid aanspoort, en voorts dat daardoor Zijne goedheid te helderder uitkomt. Want door Christus is eene meer overvloedige genade in de wereld uitgestort, dan aan Adam van den beginne is geschonken. Waar echter de reden voor ons verborgen is, daar is 't geen wonder, dat Gods verborgen Raad voor ons gelijk is aan een doolhof.

En zij voegden bladeren samen. Hetgeen ik zooeven heb gezegd, dat ze niet door ware schaamte, noch door ware vrees tot boete waren .gebracht, komt nu beter uit. Uit bladeren hechten zij voor zich schootsvellen samen. Waartoe ? Opdat zij, als door eene onoverwinnelijke beschutting, God verre van zich zouden afhouden. Het was dus slechts een verlegen en met stompzinnighei J vermengd gevoel van kwaad, gelijk als in een onrustigen droom. Niemand is er onder ons,

Sluiten