Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegd, zoodat ze voor hen beiden alleen van kracht zou zijn, maar dat zij in 't algemeen wordt uitgestrekt tot alle nakomelingen. Wij moeten dus weten, dat in hunne personen het menschelijk geslacht is vervloekt, vervolgens, dat zij slechts aan tijdelijke straffen werden onderworpen, opdat zij uit de matiging des Goddelijken toorns hoop op vergiffenis zouden putten. Door de oorzaak aan te halen, waarom Hij aldus den man berispt, snijdt God hem de gelegenheid tot murmureeren af. Immers alle verontschuldiging miste hij, daar hij meer zijn vrouw had gevolgd dan God, ja God had veracht om zijne vrouw te behagen, aan satans verlokselen, waarvan zij de bode en dienares was, zooveel geloof gevende, dat hij niet aarzelde, om zijn Maker trouweloos te verloochenen. Schoon Hij beknopt en kortweg met Adam handelt, neemt Hij toch het voorwendsel, waardoor deze had getracht te ontkomen, weg, om des te gemakkelijker hem tot berouw te brengen.

Nadat Hij kortelijks over Adams zonde gesproken heeft, verkondigt Hij, dat de aarde om zijnentwille vervloekt zou zijn. De oude Latijnsche overzetter vertaalde „in uw werk", maar de lezing moet behouden worden, waarin alle Hebreeusche handschriften overeenstemmen, dat wegens Adam de aarde werd vervloekt.

Gelijk toch in de Schrift de zegening der aarde wordt genoemd de vruchtbaarheid, die God door zijne verborgene kracht haar schenkt, zoo is de vervloeking niets anders dan de tegenovergestelde berooving, zoodra God Zijne gunst onttrekt. Ook moet het ons niet ongerijmd toeschijnen, dat de straf van 's tnenschen zonde op de aarde, schoon onschuldig, neerkomt. Want gelijk de eerste bewegende kracht alle hemellichamen met zich rondvoert, zoo stortte 's menschen ondergang alle schepselen in 't verderf, die om hem geschapen en aan aan hem onderworpen waren. Wij zien ook, dat voortdurend de toestand der wereld verandert ten gevolge van de menschen, naardat God op hen toornt of hun Zijne gunst schenkt. Voeg hierbij, dat eigenlijk gezegd, niet van de aarde zelve, maar van den mensch alleen de geheele straf wordt geëischt ; want niet van zichzelve brengt de aarde vruchten voort, maar opdat zij uit hare ingewanden onb voedsel zou doen toekomen. Overigens wilde de Heere Zijn toorn gelijk een stroom uitstorten op alle deelen der wereld, opdat waarheen de mensch het oog richtte, de zwaarte der zonde zich aan zijne blikken zou vertoonen.

Sluiten