Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de besten onder hen het vleesch moet worden ten onder gebracht, zoo gebeurt het echter vaak, dat de vromen met zwaren arbeid gekweld worden en honger moeten lijden. Daarom is er niets beters, dan wakker geschud te worden door de zorgen des tegenwoordigen levens, zijne zonden te betreuren en verlichting te zoeken in de genade van Christus, die de bitterheid der smart verzacht en den lijdensbeker met iets liefelijks vermengt.

Niet alle kwalen, die de mensch zich door de zonde op den hals heeft gehaald, noemt Mozes op. Wel staat dit vast, dat alle zorgen van het tegenwoordige leven, die ontelbaar blijken te zijn, uit dezelfde bron zijn voortgekomen. Ongunstig weer, vorst, donder, stortregens, brand, hagel en al het ongeregelde in de wereld, is vrucht van de zonde. Zij alleen is de eerste oorzaak der kwalen, zooals ook heidensche gedichten ongetwijfeld uit oude overleveringen ons meedeelen. Zoo ontstond ook dit gedicht van Horatius (le boek, derde ode) : „Nadat het vuur uit de hemelsche woning was ontvoerd, kwam magerheid en eene menigte van vreemde kwalen op de aarde. Het uur des doods, dat vroeger toefde, werd nu verhaast".

Doch Mozes legt zich gewoonlijk op kortheid toe. Daarom stelde hij zich tevreden, naar de bevatting zijns volks, met eene korte beschrijving van het allerduidelijkste gevolg der zonde. Aldus wil hij ons uit één voorbeeld leeren, dat door 's menschen zonde de geheele orde der natuur is omgekeerd.

Werpt iemand mij tegen, dat bijna alle ellenden, die op den man worden gelegd ook de vrouw treffen, zoo antwoord ik, dat dit met opzet geschiedt, opdat wij zouden leeren, dat de vervloeking door Adams zonde gemeenschappelijk op beide geslachten rust. Zoo getuigt ook Paulus Rom. 5 vs. 12, dat allen in Adam gestorven zijn.

Nu is er nog eene moeilijkheid, die moet worden opgelost. Als God zich eerst gunstig betoont tegenover Adam en zijne vrouw, door hoop op vergiffenis te schenken, waarom begint hij dan nu op nieuw hen straf op te leggen ? In de belofte, het zaad der vrouw zal den kop der slang vermorzelen, lag immers de vergeving der zonden opgesloten, en de genade der eeuwige gelukzaligheid ? Het is toch ongerijmd, dat God na de verzoening metterdaad toornig blijft ?

Om deze moeielijkheid op te lossen heeft men de

Sluiten