Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboren, hem aan God als den eersteling van haar geslacht ten offer brengt. Daarom oordeel ik dat men moet vertalen „ik heb van den Heere eenen man gekregen", hetgeen dichter bij den Hebreeuwschen tekst komt. Voorts noemt zij het pasgeboren kind eenen man, omdat zij het menschelijk geslacht, dat zoowel zij als haar man door hunne schuld hadden ten gronde gericht, als vernieuwd aanschouwde.

2. En zij ging voort met te baren zijnen broeder Abel. Vanwaar Kain's naam is afgeleid, en uit welk oogpunt dien hem is gegeven, is genoeg bekend. Want zijne moeder zeide Kaniti „een man", en daarom noemt zij hem Kain. Van Abel wordt niet hetzelfde gezegd.

Dat enkelen meenen, dat hij aldus verachtelijk door zijne moeder is genoemd, alsof hij overbodig was en bijna onnut, is geheel ongerijmd, want zij hield in gedachtenis, waartoe de vruchtbaarheid strekte, en ook was haar niet ontgaan de zegening: „Weest vruchtbaar enz". Beter is het te zeggen, m.i. dat, wijl Heva in haren eerstgeborene de vreugde had betuigd, die haar plotseling was overkomen, en zij Gods genade had verheerlijkt, later bij het tweede baren, de ellenden van het menschelijk geslacht haar weer te binnen zijn gekomen. En ja, de nieuwe zegening Gods was geen geringe stof tot blijdschap. Maar toch kon zij de nakomelingen, aan zoovele kwalen overgegeven, waarvan zij zelve de oorzaak was, niet zonder de bitterste smart aanschouwen. Daarom wilde zij een gedenkteeken dier droefheid oprichten in den naam van haren tweeden zoon, en elk een spiegel voorhouden, waardoor zij de gansche nakomelingschap aan de menschelijke ijdelheid herinnerde. Dat sommigen Heva's oordeel als verkeerd beschouwen, omdat zij een goeden en heiligen zoon door de toekenning van eens anders zonde en misdaad voor een verworpene hield, keur ik niet goed. Want Heva heeft in den eerstgeborene reden om zich te verheugen. Volstrekt niet verkeerd is het dus, dat zij in haren tweeden zoon voor zich en alle anderen een herinneringsteeken aan de menschelijke nietigheid oprichtte, opdat zij door voortdurende betrachting hunner kwalen zich zouden oefenen.

En Abel was een herder. Of beiden trouwden en elk een afzonderlijk huis had, verhaalt Mozes niet. Dit moet dus voor ons onzeker blijven, schoon het meer waarschijnlijk is, dat

Sluiten