Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem geestelijke offeranden brengen. Maar 't is geen wonder, dat God die huichelarij, welke met grove en duidelijke bespotting gepaard gaat, haat en niet kan verdragen, als Hij ze ziet. Vandaar dat Hij alle werken verfoeit van hen, die zich aan Hem onttrekken. Want onze gebondenheid aan Hem steft Hij altoos op den voorgrond. Eerst in de tweede plaats eischt Hij van ons goede werken tot een bewijs van onze gehoorzaamheid. Men^bedenke dus, dat alle verzinselen, waarmee de mensch God en zichzelven tracht te misleiden, vruchten zijn van ongeloof. En dat ongeloovigen, die de genade des Middelaars verachten, zich toch met een gerust geweten voor Gods aangezicht durven stellen, vloeit voort uit eene zekere trotschheid, die daarbij komt. Het is een dwaas verzinsel van de Joden, dat Kaïn s offerande den Heere zou mishaagd hebben, omdat hij bedriegelijk de vette korenaren aan God onthield, en kwaadwillig alleen de magere en halfvolle den Heere bracht. Het kwaad zat dieper en bedekter; het bestond, gelijk ik reeds gezegd heb, in de onreinheid des harten. Immers, hoe zou de walgelijke lucht van het verbrande vet Gods gunst kunnen winnen? Alleen de offeranden, die met den goeden reuk des geloofs waren vergoten, hadden een aangename geur voor den Heere.

En Kaïn werd zeer toornig. Men vraagt bij dezen tekst, waaruit Kaïn gemerkt heeft, dat zijn offer onder deed voor dat van zijnen broeder. De Joden zijn op hun gewone manier aan 't gissen gegaan, en meenen dat Abels offer door vuur van den hemel is verteerd. Wij moeten ons echter niet de vrijheid gaan veroorloven, om wonderen uit te denken, die geen grond vinden in de Schrift. Weg dus met de Joodsche fabelen. Het is ook veel waarschijnlijker, dat Kaïn uit den verderen gang van zaken het besluit heeft opgemaakt, dat Mozes vermeldt. Hij zag, dat het zijnen broeder beter ging dan hem zeiven, en daaruit maakte hij op, dat God dezen gunstig en hem vijandig was. En geveinsden schatten niets hooger dan aardsche zegeningen, en niets gaat hun meer ter harte, dat weten wij.

Overigens wordt ons in den persoon van Kaïn het beeld voorgesteld van een goddeloos mensch, die toch voor rechtvaardig wil gehouden worden, ja zich eene eerste plaats aanmatigt onder de heiligen. Dezulken doen wel hun best om Zich door uitwendige daden verdienstelijk te maken bij God

Sluiten