Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich ontslagen op grond van dit ééne voorwendsel, dat hij geert uitdrukkelijke opdracht had ontvangen, om hem te bewaken.

10. Wat hebt gij gedaan ? Het bloed uws broeders . . . . " Mozes toont aan, hoe weinig Kaïn vorderde met zijn ontwijkend antwoord. Eerst heeft God gevraagd, waar Zijn broeder was, thans brengt Hij hem nog meer in 't nauw, en perst hem zelfs tegen zijnen zin de bekentenis der misdaad af.

Want geene pijnbanken, geene banden of foltertuigen, van welken aard ook, hebben zooveel kracht om kwaadwilligen tot bekentenis te brengen, als die bliksemschicht der Goddelijke stem, die Kaïn zoo trof, dat hij verpletterd bleef liggen.

Want God vraagt niet meer, of hij het gedaan heeft, maar met één woord verklaart God, dat hij 't gedaan heeft en overtuigt hem aldus van eene dubbele misdaad. Voorts leeren wij uit dit optreden van één enkel mensch, hoe ongelukkig de uitkomst is, als men zich tracht te bevrijden door met God te twisten. Want daar Hij de Hartenkenner is heeft Hij geen lange omhaal van woorden noodig, maar met één woord treft Hij Zijne aangeklaagden zoodanig, dat er meer dan genoegzame grond is tot veroordeeling. Advocaten zeggen, dat de eerste verdediging bestaat in de ontkenning van het feit, doch zoodra het feit niet kan ontkend worden, zoeken zij den aard van het teit nader te bepalen. Beiderlei uitweg wordt Kaïn afgesneden, want God spreekt uit, dat hij de misdaad heeft verricht en bepaalt gelijkertijd, hoe zondig zij is. Uit Kaïns voorbeeld leeren wij, dat men tevergeefs voorwendsels en uitvluchten opstapelt, wanneer zondaren als beschuldigden voor den rechterstoel Gods gedaagd worden.

Het bloed uws broeders roept. Eerst toont God, dat Hij kennis neemt van de daden der menschen, zelfs al treedt niemand als klager of beschuldiger op. Vervolgens verklaart Hij, dat Hem het leven der menschen te dierbaar is, dan dat Hij zou toelaten, dat onschuldig bloed ongestraft wordt vergoten. In de derde plaats blijkt, dat Hem de vromen ter harte gaan, niet slechts zoolang zij leven, maar zelfs na hunnen dood. Aardsche rechters houden zich zooveel mogelijk slapende, zoo geen aanklager hen wakker schudt, maar God wordt, ook al zwijgt de verongelijkte, door het onrecht zelf tot straffen gedrongen. Dit is voor de goeden, die onrechtvaardig gekweld worden een wonderzoete troost, te hooren dat hun lijden, hetwelk zij zwijgend

Sluiten