Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegd, opdat hij zou gevoelen, dat de aarde hem in 't bijzonder vijandig was. Want ofschoon God dagelijks zijne zon^ doet opgaan over goeden en kwaden zonder onderscheid, Math. 5 : 45, zoo wreekt Hij toch met regen en hagel en wolkbreuk de zonden van een volk of van bepaalde menschen, zoo dikwijls 't Hem goeddunkt. Hij doet dit om a's het noodig is een voorbeeld te stellen van het toekomend oordeel, en vervolgens, opdat door zoodanige voorbeelden de wereld wete, dat als God vertoornd en tegen ons is, niets gelukt. Over den eersten doodslager echter wilde God eene bijzondere soort van vervloeking uitspreken, opdat de herinnering daaraan alle eeuwen zou voortduren.

Zwervend en dolend. Nu wordt hem ook nog eene andere straf opgelegd, dat hij nergens rustig zou kunnen blijven, waar hij ook kwam. Mozes gebruikt woorden die weinig van elkaar verschillen. Het onderscheid bestaat hierin, dat het eerste van J7U „nolah" wordt afgeleid, dat zwerven beteekent, en het tweede van noed" dat vluchten beteekent. De onderscheiding,die som¬

migen bijbrengen dat V\ „nah" iemand is, die nooit eene vastewoonplaats heeft, maar 13 „nad" iemand, die niet weet, waarheen hij zich

wenden moet, heeft omdat het bewijs ontbreekt, voor mij geen gewicht. De oorspronkelijke zin is dus, dat Kaïn, waar hij ook kwam, zwervend en dolend zou zijn, gelijk de roovers, die geene rustige en vertrouwde woonplaats hebben. Kr is geen enkel menschelijk gelaat, of het jaagt hun schrik aan, ja zelfs de eenzaamheid is hun tot eene verschrikking.

Schijnbaar is dit eene ongepaste straf voor doodslagers, veeleer is dit de droevige staat der kinderen Gods, want zij gevoelen allermeest, dat zij vreemdelingen zijn op de wereld. Ook Paulus klaagt, dat hij en zijne medegenooten geene vaste

woonplaats hebben, 1 Cor. 4 vs. 11.

Ik antwoord hierop, dat Kaïn niet slechts met lichamelijke ballingschap gestraft werd, maar aan veel zwaarder straf werd onderworpen, n.1. dat hij geene streek op aarde zou vinden, waar hij niet onrustig en angstig in het gemoed zou zijn. Want gelijk een goed geweten terecht een ijzeren muur wordt genoemd, zoo ook zullen geen duizend muren, noch evenzoovele bolwerken de goddeloozen van onrust bevrijden. Bijwoners zijn de geloovigen op aarde, maar (och genieten zij eene rustige gastvrijheid. Dikwijls verhuizen zij door nood gedwongen naar

Sluiten