Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elders, maar waarheen de storm hen ook drijft, zij voeren een kalm gemoed met zich mede. Kortom, gedurig van woonplaats veranderende, wandelen en trekken zij zoo door de wereld, dat zij overal door de onafgebrokene steun van de hand Gods staande blijven. Zoodanige veiligheid hebben de goddeloozen niet, want zij zien zich door alle schepselen bedreigd, en zoo ze nog lachen, blijft toch hun gemoed zoo rumoerig, dat het hen niet toelaat te rusten. Op deze wijze kon Kaïn, ook al veranderde hij niet van woonplaats, den angst, dien God in zijne ziel had gelegd, niet kwijt raken, en het strijdt hiermee niet, dat hij het eerst van alle menschen eene stad stichtte, daar hij toch altoos binnen de grenzen van zijn verblijf heeft rondgezworven.

13. Mijne schuld is grooter. Dat dit de taal der wanhoop is, daarover zijn de uitleggers 't bijna allen eens. Door het oordeel Gods verbijsterd, meent Kaïn, dat hem geene vergiffenis overblijft. En dit is wel waar, dat de goddeloozen hun kwaad nooit gevoelen, voordat zij de gevolgen zien, waaraan zij niet kunnen ontkomen. Waar de zondaar tot het laatste toe weerbarstig, met Gods geduld den spot drijft, is dit het verdiende loon van een te laat berouw, dat hij eene verschrikkelijke kwelling gevoelt, waartegen geen geneesmiddel bestaat. Doch het is de vraag of men als berouw mag beschouwen die blinde en verbijsterde vrees voor straf, zonder eenigen haat tegen de zonde, of gevoel van berouw. Zoo belijdt ook Judas zijne zonde, maar door vrees overstelpt ontwijkt hij zoover mogelijk het aangezicht Gods. Dit is zeker, voor slechten bestaat geen middenweg; zoolang hun eenige verademing wordt toegestaan zijn ze zorgeloos verhard. Zoodra Gods toorn hen in de engte drijft, worden zij eer verpletterd dan genezen. Hunne vrees berooft hen van kracht, zoodat zij aan niets kunnen denken dan aan het eeuwig verderf en de hel.

Ik twijfel er echter niet aan, of de zin der woorden is anders. Ik neem het woord liever in de eigenlijke beteenis, en ik vertaal het werkwoord NtJ'J door „ondersteunen". Mij wordt grootere straf opgelegd, zegt hij, dan ik dragen kan. Aldus klaagt Kaïn, zonder de zonde te verontschuldigen, waartoe hem aan alle kanten de pas is afgesneden, nog over de hardheid van zijn vonnis. Maar ook de duivelen, hoezeer zij ook gevoelen, dat zij rechtvaardig worden gestraft, houden toch 10

Sluiten