Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Heere heeft mij een ander zaad gezet voor Abel. Het woord „zaad" beteekent iets bijzonders. Wij hebben reeds gezegd, dat anderen voortgebracht waren, die reeds voor Abels dood waren opgegroeid. Doch wijl het menschelijk geslacht geneigd is tot het kwade, had bijna t geheele huisgezin zich op verschillende wijzen bedorven. Weinig verwachting had Heva daarom van de overige schare, totdat de Heere haar een nieuw zaad verwekte, waarvan zij eene betere hoop had. En daarom verklaart zij, in Abels persoon niet slechts van één zoon, maar van al hare nakomelingschap beroofd te zijn geweest.

25. Toen is men begonnen aan te roepen. Het woord „aanroepen" is eene verkorte zegswijze, omdat de geheele dienst van God in 't algemeen wordt bedoeld, 't Is echter niet verkeerd den godsdienst te noemen naar het voornaamste deel daarvan, want dezen plicht der vroomheid en des geloofs verkiest God boven alle offeranden, gelijk men leest in Psalm 50 vrs. 14, ja, dit is de geestelijke dienst van God, dien 't geloof voortbrengt. En dit is daarom vooral vermeldingswaardig, omdat Satan op niets met grooteren ijver loert, dan om de zuivere aanroeping Gods met zooveel ondeugden als maar mogelijk is te verbasteren, of van den Eénen God tot het aanroepen van schepselen te verleiden. Ja van het begin der wereld af aan, heeft hij niet opgehouden dezen steen los te werken, opdat de ellendige menschen zich te vergeefs zouden vermoeien in eenen verkeerden

dienst van God.

Wij weten echter, dat de geheele plechtige aanbidding niets beteekent, zoo men dit niet houdt voor het voornaamste deel van den zuiveren godsdienst. Toch kan men deze woorden ook eenvoudiger uitleggen, n.1. dat toen weer Gods Naam werd geëerd. Doch de eerste beteekenis acht ik de beste te zijn, omdat ze vollediger is en eene nuttige leer bevat, en ook past bij 't gewone spraakgebruik der Schrift. Maar een dwaas verzinsel is het, dat men toen is begonnen God met vreemde namen aan te roepen, daar Mozes hier de verkeerde bijgelovigheden niet aanroert, maar de vroomheid van één geslacht prijst, dat, toen de godsdienst bij de anderen was bedorven en vervallen, God zuiver en heilig diende.

Zonder twijfel waren Adam en Heva, en weinige anderen van hunne kinderen de ware dienaren Gods. Doch Mozes be-

Sluiten