Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschrikkelijke straf, die voor de deur stond, opdat hij zou versterkt worden in zijn heilig voornemen niet alleen, maar ook opdat hij door vrees gedrongen, de hem aangebodene genade te vuriger zou begeeren. Wij weten, dat het ongestraft blijven der kwaden soms voor de goeden een aanloksel is om ook te zondigen. De aankondiging der toekomstige straf moest dus strekken tot beteugeling van het gemoed des heiligen mans, opdat hij niet, een weinig struikelende, eindelijk geheel tot dezelfde goddeloosheid zou vervallen als de anderen.

God had echter voornamelijk op het oog, dat hij zich de schrikkelijke ondergang der wereld voortdurend voor oogen zou stellen, en daardoor meer en meer tot vrees en bezorgdheid zou geprikkeld worden. Want hij moest aan alles wanhopen, om zijne redding door het geloof in de ark te zoeken. Want zoolang als hem 't leven was gegund op aarde, zou hij nooit behoorlijk bedacht geweest zijn op het bouwen der ark. Verschrikt zijnde door het oordeel Gods, omhelst hij de hem gegevene belofte des levens begeerig. Hij blijft niet meer steunen op de natuurlijke of middellijke levensoorzaken, maar verlaat zich op 't verbond Gods alleen, volgens hetwelk hij wonderlijk zou bewaard worden. Geen arbeid is hem bezwaarlijk of moeilijk, hij had niet de minste afkeer daarvan. Want de toorn Gods was hem een te scherpe prikkel, dan dat de verleidingen des vleesches hem konden doen inslapen, of de beproevingen hem konden vermoeien, of ijdele hoop hem kon ophouden. Integendeel, hij gevoelde zich gedrongen, om de zonden te vlieden niet alleen, maar ook om redding te zoeken. En dat dit een der voornaamste stukken van zijn geloof geweest is, leert ons de Apostel, als hij zegt, dat hij, vreezende voor de dingen, die nog niet gezien werden, de ark heeft toebereid. Wanneer men slechts eenvoudig over 't geloof handelt, komen daarbij in aanmerking Gods barmhartigheid en zijne genadige belofte; maar als wij het geloof in al zijne deelen willen omschrijven, en zijne geheele kracht en natuur willen uitputten, moet ook vrees daartoe worden gerekend. Niemand neemt ooit ernstig de toevlucht tot de barmhartigheid Gods, of hij wordt getroffen door de bedreigingen Gods, en vreest voor het vonnis des eeuwigen doods, daarin aangekondigd, zoodat hij een mishagen krijgt in de zonden, en niet zoo maar toegeeft aan zijne ondeugden, noch in de zonden blijft liggen,

Sluiten